Selecteer de tekst die je wilt vertalen en kies 'Vertalen'. Kies vervolgens de gewenste taal. Je kunt de vertaalde tekst beluisteren of lezen.

Als je donornier niet goed meer werkt

Laatste update, 8 januari 2026

Na een niertransplantatie kan het gebeuren dat de donornier minder goed gaat werken. Lukt het niet de achteruitgang te stoppen? Dan is er sprake van transplantaatfalen. Er zijn dan verschillende behandelingen mogelijk.

In het kort

  • Het is normaal dat de nierfunctie wat schommelt.
  • Als de nierfunctie lager blijft of verder achteruit gaat, zoekt de arts naar een oorzaak. Soms is dan een behandeling mogelijk.
  • Gaat de donornier steeds verder achteruit, dan is er sprake van transplantaatfalen.
  • Mogelijk heb je dan dialyse of een nieuwe niertransplantatie nodig.
  • Bij transplantaatfalen bespreek je met de arts ook het aanpassen van medicijnen en soms het verwijderen van de donornier (transplantectomie).

Een donornier (ook wel: niertransplantaat) kan jarenlang goed werken. Het is normaal dat de nierfunctie wat schommelt. Dat is niet erg.

Je krijgt soms wel een extra controle als de nierfunctie omlaag is gegaan. Blijft de nierfunctie lager dan voorheen of gaat die steeds verder omlaag? Dan gaat de arts op zoek naar een oorzaak. Soms is een behandeling mogelijk om de achteruitgang te stoppen. Bijvoorbeeld als het gaat om een acute afstoting of een infectie. 

Onderzoek naar de oorzaak

Soms is het nodig om een nierbiopsie te doen. Dit is een prik in de transplantaatnier. Een nierbiopsie kan duidelijkheid geven over de oorzaak van de verminderde nierfunctie. Als een oorzaak wordt gevonden, gaat het meestal om:

  • afstoting van de donornier
  • terugkeer van de nierziekte
  • nierfilterontsteking
  • BK-virus infectie
  • nierschade door diabetes of hoge bloeddruk

De oorzaak bepaalt voor een deel welke behandeling mogelijk is. Je krijgt misschien (tijdelijk) meer medicijnen tegen afstoting (immunosuppressiva), of juist minder. 

Soms blijft onduidelijk wat de oorzaak is. Bijvoorbeeld omdat de nierbiopsie geen duidelijkheid geeft of omdat je geen nierbiopsie hebt gekregen. Soms verwacht de arts dat een nierbiopsie geen (nieuwe) informatie geeft en de ingreep zelf brengt risico’s met zich mee. De arts maakt samen met jou de afweging.

Transplantaatfalen

Wordt er geen oorzaak gevonden? Of gaat de nierfunctie steeds verder achteruit ondanks een behandeling? Dan kan het zijn dat (vaak binnen 1 jaar) opnieuw nierfunctie vervangende behandeling nodig is. Je spreekt dan van ‘transplantaatfalen’. 

Bij transplantaatfalen gaat de nierfunctie meestal langzaam achteruit. Dit kan vlak na de transplantatie voorkomen, maar meestal gebeurt transplantaatfalen pas jaren later. 

Behandeling na transplantaatfalen

Als er sprake is van transplantaatfalen, dan heb je uiteindelijk opnieuw een behandeling nodig die de nierfunctie (deels) kan vervangen. De arts bespreekt de mogelijkheden als je donornier nog voor ongeveer 20% werkt of heel snel achteruit gaat:

een nieuwe niertransplantatie

Je kunt misschien nog een keer een niertransplantatie krijgen. De arts onderzoekt of je daar lichamelijk sterk genoeg voor bent. Als dat zo is, is een 2e transplantatie prima mogelijk. En ook een 3e, 4e of 5e transplantatie. Een nieuwe transplantatie is ook mogelijk als een eerdere transplantatie is mislukt.

Het is wel lastiger om een geschikte donornier te vinden. Dat komt omdat het lichaam vaak antistoffen vormt na de eerste transplantatie. Dit blijkt tijdens de kruisproef.

Heb je de vorige keer een nier van een levende donor gekregen? Misschien lukt het deze keer niet om een donor te vinden. Dan kom je op de wachtlijst voor de nier van een overleden donor. In de periode dat je op de wachtlijst staat, krijg je een dialysebehandeling.

dialyse

Is een nieuwe niertransplantatie niet mogelijk? Of is er niet direct een geschikte nierdonor? Dan bespreekt de arts of (tijdelijke) dialyse een geschikte behandeling is voor jou.

conservatieve behandeling

Kun of wil je geen nieuwe niertransplantatie en/of gaan dialyseren? Dan krijg je een conservatieve behandeling. Een conservatieve behandeling richt zich op de kwaliteit van leven. Je wordt actief behandeld om je klachten te verminderen en je lichamelijke conditie zo lang mogelijk te behouden. Bijvoorbeeld met medicijnen en een dieet.

Voorbereiding op de behandeling

Voordat je start met een van deze behandelingen, is voorbereiding nodig. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je donornier moet worden verwijderd (transplantectomie). Vaak moeten je medicijnen worden aangepast. En je krijgt waarschijnlijk ook meer dieetadviezen. 

Verder zijn de voorbereidingen hetzelfde als bij de eerste keer dat je een translantatie kreeg of ging dialyseren. Het is wel goed om je opnieuw te laten informeren over de verschillende mogelijkheden. Vooral als de vorige transplantatie lang geleden is, kan er in de tussentijd veel veranderd zijn. En je weet misschien ook niet alles even goed meer.

Aanpassen van medicijnen

Bij transplantaatfalen kijkt de arts of jouw medicijnen aangepast moeten worden. Dit kan gaan om de medicijnen tegen afstoting maar ook om andere medicijnen. Dit hangt af van:

  • jouw gezondheid
  • of en hoeveel je nog plast
  • of een nieuwe transplantatie mogelijk is (en op welke termijn)
  • risico op aanmaken van antistoffen.
  • risico op bijwerkingen van de afweerremmende medicijnen zoals infecties, kanker en hart- en vaatziekten
  • de bloeduitslagen, zoals de waarde van kalium en fosfaat

Er zijn voor- en nadelen van het blijven gebruiken van de medicijnen tegen afstoting. De arts beslist samen met jou wat voor jou de beste behandeling is. Samen met de arts bespreek je deze punten en weeg je ze tegen elkaar af. 

voordelen van doorgaan met medicijnen tegen afstoting

Je voorkomt opbouw van nieuwe antistoffen
Als je stopt met medicijnen tegen afstoting, kun je antistoffen aanmaken. Dit kan een nadeel zijn voor een volgende transplantatie. Het is dan moeilijker een match te vinden met een donor.

Je voorkomt graft intolerance syndroom
Het ‘graft intolerance syndroom’ is een combinatie van klachten. Vaak gaat het om klachten als koorts, gevoel van ziek zijn, pijn aan de donornier en/of bloed in de urine. De donornier moet dan mogelijk verwijderd worden.

nadelen van doorgaan met medicijnen tegen afstoting

  • verhoogd risico op infecties
  • verhoogd risico op hart- en vaatziekten
  • risico op diabetes, hoge bloeddruk, afwijking in stofwisseling
  • risico op kanker

De medicijnen tegen afstoting verlagen je afweersysteem. Daardoor heb je meer kans op bovenstaande problemen. Ga je dialyseren? Dan is je afweer vaak ook minder goed. Het kan wel zijn dat je doorgaat met de medicijnen tegen afstoting, maar minder gebruikt dan je eerst had.

Worden de medicijnen tegen afstoting afgebouwd? Dan gebeurt dit meestal in kleine stappen. Ook controleert de arts regelmatig op antistoffen in je bloed. Dat is vooral belangrijk als je een nieuwe transplantatie kunt krijgen.

Donornier verwijderen (transplantectomie)

Soms is het nodig om de donornier te verwijderen. Deze operatie heet een transplantectomie. Een voordeel van een transplantectomie kan zijn dat je geen medicijnen tegen afstoting meer nodig hebt. Een transplantectomie is wel een operatie met risico’s en kan ook emotioneel veel invloed hebben.

Wanneer is het nodig om de donornier te verwijderen?

Niet altijd is het nodig om de donornier te verwijderen. Dit verschilt per patiënt.

Bespreek de mogelijkheden met je arts. De arts kan je goed informeren over wat in jouw situatie de beste keuze is. Jouw eigen voorkeuren en wensen spelen ook een rol. Samen met de arts maak je een keuze. De arts kan een transplantectomie overwegen bij:

  • vroeg transplantaatfalen. Ongeveer korter dan 1 jaar na de transplantatie. De kans op graft intolerantie syndroom (een combinatie van klachten) is dan het hoogst.
  • te weinig ruimte voor een nieuwe donornier
  • graft intolerantie syndroom: je bent dan erg ziek van de donornier
  • groot risico op acute afstoting bij afbouwen van medicijnen tegen afstoting

voordelen van een (geplande) transplantectomie

Geen medicijnen tegen afstoting
Je hoeft geen medicijnen tegen afstoting meer te gebruiken. Hierdoor heb je minder kans op infecties. Zeker als je gaat dialyseren, is dat belangrijk. Ook bij dialyse heb je een verhoogde kans op infecties. Voor jouzelf kan het fijn zijn dat je geen bijwerkingen meer hebt van de medicijnen.

Geen risico op afstoting of graft intolerance syndroom
Als de donornier blijft zitten, heb je kans op afstoting of graft intolerance syndroom. De donornier moet dan met spoed worden verwijderd. Een spoedoperatie geeft meer risico’s dan een geplande operatie.

nadelen van een transplantectomie

Vochtbeperking
Je plast daarna misschien niet meer. Dan krijg je na een transplantectomie een strenge vochtbeperking

Risico’s van de operatie
De operatie heeft verschillende risico’s, vooral als je de donornier al jaren hebt. De donornier zit dan vaak een beetje “vastgegroeid” in de buik. Laat je hierover goed informeren door jouw arts of de chirurg.

Aanmaak van antistoffen.
Na het verwijderen van de donornier heb je vaak (meer) antistoffen in het bloed. Het is niet helemaal zeker hoe dit kan. De belangrijkste 2 verklaringen hiervoor zijn:

  • De donornier is een soort spons. Hij houdt de antistoffen vast. De antistoffen zijn daarom eerst niet te zien in het bloed. Als de nier uit het lichaam gaat, komen de antistoffen “vrij”.
  • Na de operatie blijft een beetje weefsel van de nier achter in je lichaam en je stopt met medicijnen tegen afstoting. Je afweersysteem wordt actief en richt zich tegen dat weefsel, waardoor je alsnog antistoffen aanmaakt.

Na de operatie houdt de arts jouw antistoffen in het bloed goed in de gaten. Meestal wordt dit elke 3 maanden gemeten in het bloed.

Emotionele gevolgen van transplantaatfalen

Als je donornier niet goed meer werkt, kan dat grote emotionele gevolgen hebben. Zowel voor jou als patiënt als voor je naasten. Als je een nier hebt gekregen van een levende donor kan het falen van de nier ook moeilijk zijn voor de nierdonor. Sommige mensen krijgen last van schuldgevoelens of het gevoel gefaald te hebben. 

Bespreek dit soort gevoelens met de arts of medisch maatschappelijk werker.