Selecteer de tekst die je wilt vertalen en kies 'Vertalen'. Kies vervolgens de gewenste taal. Je kunt de vertaalde tekst beluisteren of lezen.

Shunt na niertransplantatie

Laatste update, 9 juli 2026

Na een succesvolle niertransplantatie is een shunt meestal niet meer nodig. Dan zijn er 2 mogelijkheden: de shunt laten zitten of de shunt weghalen. Welke keuze het beste is, hangt af van de shunt, de werking van je donornier en wat jij belangrijk vindt.

In het kort

  • Na een geslaagde niertransplantatie is een shunt meestal niet meer nodig.
  • Je hebt twee keuzes: de shunt laten zitten of weghalen.
  • Een shunt kan je hart belasten, vooral als er veel bloed doorheen stroomt.
  • De beste keuze hangt af van je shunt, je nieuwe nier en wat jij belangrijk vindt.
  • Je beslist samen met je arts en je shunt blijft onder controle, en neem contact op bij klachten.

Een shunt is een verbinding tussen een slagader en een ader. Dit heet ook wel een arterioveneuze fistel. Het is een vorm van vaattoegang voor hemodialyse. 

Na een succesvolle niertransplantatie hoef je niet meer te dialyseren. De shunt wordt dan dus niet meer gebruikt. 

Samen met je nefroloog en vaatchirurg bespreek je wat in jouw situatie het beste is. Daarbij kijken jullie niet alleen naar medische redenen, maar ook naar wat jij belangrijk vindt.

Waarom wordt er gekeken naar de shunt?

Een shunt laat veel bloed door. Dit is extra belastend voor je hart. Vooral als er veel bloed doorheen stroomt. De bloedstroom van een shunt noemen we ook wel de flow.

Een shunt met een heel hoge bloedstroom heet ook wel een high-flow shunt. Een high-flow shunt kan een reden zijn om de weg te halen. Er is sprake van een high-flow shunt als er 1,5 liter bloed per minuut of meer doorheen stroomt.

In het eerste jaar na de transplantatie is het vaak nog afwachten hoe goed de donornier blijft werken. Daarom nemen artsen meestal niet meteen een besluit over de shunt. Ongeveer één jaar na de transplantatie kan de arts beter voorspellen hoe lang de nieuwe nier goed blijft werken.

Wat zijn de mogelijkheden?

Er is geen standaard keuze die voor iedereen het beste is. Wat bij jou past, hangt af van je gezondheid, de shunt, je donornier en jouw voorkeur. 

Na een niertransplantatie zijn er twee opties:

De shunt laten zitten

De shunt blijft in je arm, ook al gebruik je hem niet meer.

Mogelijke voordelen:

  • je hebt direct een vaattoegang als dialyse weer nodig zou zijn
  • je hebt geen operatie nodig
  • soms kan de shunt worden gebruikt bij bloedprikken, als gewone aders moeilijk te prikken zijn

Mogelijke nadelen:

  • de shunt blijft het hart belasten
  • je kunt klachten krijgen zoals zwelling, pijn of een koude hand
  • je houdt controles van de shunt in het ziekenhuis
  • je moet in het dagelijks leven rekening houden met de kwetsbaarheid van de shunt. Dit geldt vooral als je een verwijding van het bloedvat (aneurysma) hebt. Wees dan extra voorzichtig met je shuntarm en voorkom dat je de arm stoot of beschadigt. Zo verklein je de kans op een bloeding van de shunt.

Houd er rekening mee dat de shunt alsnog vanzelf kan dichtgaan. Dit gebeurt bij ongeveer de helft van de patiënten binnen 10 jaar na de transplantatie.

De shunt laten weghalen

Weghalen (of: opheffen) van de shunt betekent dat de verbinding tussen de slagader en ader wordt afgesloten of verwijderd. Dit heet ook wel ‘ligeren’. De shunt werkt dan niet meer. 

Van tevoren onderzoekt de arts of je later opnieuw een shunt kunt krijgen, als dat nodig is.

Mogelijke voordelen:

  • het hart wordt minder belast, de hartspier kan zich dan soms herstellen
  • je hebt mogelijk minder kans op klachten als kortademigheid, vermoeidheid, handproblemen of hartfalen. Dit is nog niet bewezen.
  • je hebt minder (kans op) handproblemen
  • een zichtbare shunt wordt minder opvallend

Mogelijke nadelen:

  • je hebt later een nieuwe vaattoegang nodig als dialyse weer nodig zou zijn
  • daarvoor is een nieuwe operatie nodig
  • er is altijd een kleine kans op problemen (complicaties) zoals een ontsteking, infectie of wondproblemen. Een ontsteking door een stolsel in de ader komt regelmatig voor. Dit kan een paar weken pijnlijk zijn.

De ingreep
Het verwijderen gebeurt met een operatie door een vaatchirurg. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving of met een zenuwblokkade. Je kunt ook een roesje (sedatie) krijgen, zodat je niets meekrijgt van de ingreep. Vaak mag je dezelfde dag naar huis.

Twijfel of angst
Sommige nierpatiënten zien de shunt als hun levenslijn. Dan is het spannend om die opeens te laten verwijderen. Dat is begrijpelijk. 

Na een transplantatie houdt de arts je nierfunctie goed in de gaten. Als dialyse weer nodig is, ben je er meestal op tijd bij. Je kunt dan ook op tijd opnieuw een shunt laten aanleggen. Daarnaast zijn er ook andere opties, zoals een dialysekatheter of peritoneale dialyse (buikspoeling) in plaats van hemodialyse.

Medische afwegingen

De nefroloog en vaatchirurg kijken naar verschillende dingen voordat zij een advies geven:

Vooruitzicht van je donornier

De nefroloog kijkt naar jouw nierfunctie ongeveer 1 jaar na de transplantatie. Dan kan een inschatting worden gemaakt over de levensverwachting van jouw nier. 

Is het vooruitzicht goed? Dan is de kans kleiner dat je de shunt binnenkort weer nodig hebt. De arts kan dan voorstellen om de shunt te verwijderen.

Bloedstroom (flow) van de shunt

Als er veel bloed door de shunt stroomt, belast dat je hart extra. In dat geval kan de arts adviseren om de shunt te verkleinen of weg te halen.

Leeftijd

Als je jong bent, is de kans groter dat je later opnieuw moet dialyseren. Dan kan het handig zijn om een vaattoegang te behouden als er geen andere opties zijn.

Mogelijkheden voor een nieuwe vaattoegang

De arts bekijkt met onderzoek (zoals een echo) of je later opnieuw een shunt of katheter kunt krijgen.

Is dat moeilijk? Dan kan het beter zijn je huidige shunt te houden.

Klachten door de shunt

Je kunt klachten hebben van de shunt, zoals:

  • pijn
  • zwelling
  • een zichtbare verwijding van het bloedvat (aneurysma)
  • een koude hand
  • minder kracht in je hand
  • je vindt de shunt niet mooi

Ook kan de shunt jou herinneren aan een moeilijke periode. Dit kan meespelen in je keuze.

Samen beslissen over jouw shunt

Laat je de shunt zitten of weghalen? Jij beslist dit samen met je arts. De arts geeft medisch advies, maar jouw voorkeur is ook belangrijk. 

Voor sommigen voelt de shunt als een levenslijn. Zij laten de shunt het liefste zitten. Anderen laten hem wel liever weghalen, bijvoorbeeld omdat ze er last van hebben of omdat ze de shunt niet mooi vinden.

Al deze gevoelens zijn begrijpelijk. Het is belangrijk dit met je arts te delen.

foto van een shunt in de onderarm

Dag shunt, dag levenslijn

Na een succesvolle niertransplantatie stond Florinda voor een moeilijke keuze: haar shunt laten verwijderen of niet? Lees haar persoonlijke verhaal over afscheid, onzekerheid en vertrouwen.

Verder lezen

Controles van de shunt

Na de niertransplantatie blijf je onder controle voor je nierfunctie. Maar het is ook belangrijk om je shunt te blijven controleren. Zeker als de shunt blijft zitten.

Het advies is:

  • één keer per jaar de bloedstroom van de shunt laten meten (flow-meting)
  • zo nodig een echo van je hartspier laten maken.

Je kunt dit met je arts bespreken als het nog niet ter sprake is gekomen.

Wanneer contact opnemen?

Zo lang je de shunt hebt, is het ook belangrijk dat je er zelf aandacht voor houdt. Neem contact op met je behandelteam als:

  • de shunt pijn doet
  • de shunt dikker wordt
  • de shunt rood of warm wordt
  • de shunt minder of niet meer trilt
  • je hand koud, bleek of pijnlijk wordt
  • je nieuwe klachten krijgt, zoals kortademigheid

Dit artikel is gemaakt met hulp van:

Gelisa Allers, verpleegkundig specialist
dr. Joris Rotmans, internist-nefroloog
dr. Maarten Snoeijs, vaat- en transplantatiechirurg