Weghalen (of: opheffen) van de shunt betekent dat de verbinding tussen de slagader en ader wordt afgesloten of verwijderd. Dit heet ook wel ‘ligeren’. De shunt werkt dan niet meer.
Van tevoren onderzoekt de arts of je later opnieuw een shunt kunt krijgen, als dat nodig is.
Mogelijke voordelen:
- het hart wordt minder belast, de hartspier kan zich dan soms herstellen
- je hebt mogelijk minder kans op klachten als kortademigheid, vermoeidheid, handproblemen of hartfalen. Dit is nog niet bewezen.
- je hebt minder (kans op) handproblemen
- een zichtbare shunt wordt minder opvallend
Mogelijke nadelen:
- je hebt later een nieuwe vaattoegang nodig als dialyse weer nodig zou zijn
- daarvoor is een nieuwe operatie nodig
- er is altijd een kleine kans op problemen (complicaties) zoals een ontsteking, infectie of wondproblemen. Een ontsteking door een stolsel in de ader komt regelmatig voor. Dit kan een paar weken pijnlijk zijn.
De ingreep
Het verwijderen gebeurt met een operatie door een vaatchirurg. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving of met een zenuwblokkade. Je kunt ook een roesje (sedatie) krijgen, zodat je niets meekrijgt van de ingreep. Vaak mag je dezelfde dag naar huis.
Twijfel of angst
Sommige nierpatiënten zien de shunt als hun levenslijn. Dan is het spannend om die opeens te laten verwijderen. Dat is begrijpelijk.
Na een transplantatie houdt de arts je nierfunctie goed in de gaten. Als dialyse weer nodig is, ben je er meestal op tijd bij. Je kunt dan ook op tijd opnieuw een shunt laten aanleggen. Daarnaast zijn er ook andere opties, zoals een dialysekatheter of peritoneale dialyse (buikspoeling) in plaats van hemodialyse.