T-cellen en hun cruciale rol na niertransplantaties

In een vierjarige Kolff+ studie gaat internist-nefroloog Michiel Betjes van het Erasmus MC onderzoek doen naar de rol die T-cellen spelen in de vorming van littekenweefsel in de nier na een niertransplantatie. Dit proces veroorzaakt verlies van nierfunctie.

Na een niertransplantatie kan het gebeuren dat de nier op den duur niet meer voldoende werkt. Dit komt meestal door chronische afstoting en omdat littekenweefsel ontstaat. Opvallend is dat, ook al is er geen duidelijke afstoting aangetoond, er vaak T-cellen te vinden zijn in dit littekenweefsel.

De rol van HLA en non-HLA-eiwitten
“Naar het belang van HLA-eiwitten voor afstoting wordt veel onderzoek gedaan”, zegt Betjes. HLA-eiwitten, of humaan leukocyt antigeen, zijn eiwitten die voorkomen op de buitenkant van lichaamscellen en die heel specifiek zijn voor het eigen lichaam. “We testen zowel donoren als ontvangers op verschillen in HLA-eiwitten voorafgaand aan de transplantatie. Dit helpt ons te bepalen of de donor geschikt is", zegt Betjes. Zelfs als er een goede match is, kunnen HLA-eiwitten soms leiden tot acute of chronische afstoting, al is dit risico kleiner. Daarnaast zijn er non-HLA eiwitten, die ook verschillen tussen donor en ontvanger kunnen vertonen en het afweersysteem kunnen activeren.

Schade door T-cellen
Van non-HLA eiwitten is al bekend dat ze kunnen reageren op HLA-eiwitten en hevige ontstekingen en schade in de nier veroorzaken. T-cellen die reageren op non-HLA eiwitten lijken via een andere route schade aan te richten. "Eerder onderzoek wijst erop dat deze T-cellen het proces van littekenvorming starten", legt Betjes uit. "Dit chronische proces zorgt er waarschijnlijk voor dat de nierfunctie steeds verder achteruitgaat, wat uiteindelijk leidt tot nierfalen."

Onderzoek naar de werking van T-cellen
Om de rol van T-cellen in het afstotingsproces beter te begrijpen, gaat Betjes samen met zijn team onderzoek doen in muizen. Deze muizen hebben geen eigen immuunsysteem door genetische aanpassingen en accepteren daarom menselijke mini-niertjes. “Door non-HLA reactieve T-cellen in deze muizen te brengen kunnen we nauwkeurig volgen hoe deze cellen het littekenvormingsproces beïnvloeden", zegt Betjes. Met behulp van dezelfde muizen test het team de effectiviteit van bestaande medicijnen tegen littekenvorming, met als doel te ontdekken of bepaalde medicijnen dit proces kunnen remmen of zelfs stoppen.

Daarnaast gaat Betjes onderzoek doen onder nierpatiënten en de hoeveelheid non-HLA reactieve T-cellen in hun bloed volgen, zowel voor als na een niertransplantatie. Het doel is te begrijpen of deze hoeveelheid iets kan zeggen over het risico op littekenvorming op de lange termijn.

Betjes hoopt dat het onderzoek uiteindelijk uitwijst of en hoe non-HLA reactieve T-cellen bijdragen aan littekenvorming in de nieren. "Mijn doel is om een methode te vinden om deze cellen te remmen. Als we beter begrijpen welke mensen risico lopen en hen op tijd kunnen behandelen met medicijnen die het proces remmen, kunnen we de littekenvorming afremmen of misschien zelfs stoppen."

Een nier voor het leven
Als nefroloog werkt Betjes elke dag met patiënten die wachten op een nieuwe nier of er al een nieuwe nier hebben. "Bij het Erasmus MC streven we ernaar dat getransplanteerde nieren in de toekomst een leven lang mee kunnen gaan", zegt hij bevlogen. "Nu houdt een nier het gemiddeld vijftien jaar vol. We willen ervoor zorgen dat patiënten na hun transplantatie niet meer hoeven te denken aan dialyse of nog een operatie. Het liefst willen we elke vorm van schade begrijpen en aanpakken en zorgen dat de nieuwe nier gezond blijft."