Meer kennis over reservecapaciteit van de nieren helpt donoren en patiënten

Nieren hebben overcapaciteit. Maar wat het belang van die overcapaciteit is en hoe deze meetbaar is, is onbekend. Prof. dr. Martin de Borst gaat hier met een Kolff+beurs onderzoek naar doen.

Nieren kunnen meer werk verzetten dan nodig: ze hebben een overcapaciteit. Als mensen bij leven een nier doneren, gaat de overgebleven nier dan ook harder werken. Bij de een is dat tien procent meer, bij de ander kan het oplopen tot een toename van vijftig procent. Hoe die verschillen te verklaren zijn, is onbekend.

Het concept van overcapaciteit werd voor het eerst gedocumenteerd in 1930, maar daarna is het relatief onbekend gebleven, legt nefroloog Martin de Borst uit. Het is lastig om te meten, want om aanspraak te doen op de overcapaciteit moet je eerst in de omstandigheid komen dat dat nodig is. De reservecapaciteit nabootsen is moeilijk. De enige manier om er echt achter te komen, is om een nier te verwijderen. Nieuwe geavanceerde technieken maken het mogelijk om iets te zeggen over reservecapaciteit zonder een operatie.

Bloedmonsters
De onderzoekers gebruiken bestaande bloedmonsters van nierdonoren en verzamelen daar monsters van toekomstige nierdonoren bij. De Borst: ‘We gaan in het bloed voor en na donatie kijken naar metabolieten. Als je dat van een heleboel mensen doet, kun je er met behulp van machinelearning patronen uit halen. We hopen specifieke metabolieten te vinden die sterk geassocieerd zijn met reservecapaciteit. In een eerste cohort gaan we daarnaar op zoek. In een tweede, groter cohort van duizend donoren hopen we onze bevindingen bevestigd te krijgen.’

Als het allemaal lukt kunnen de onderzoekers een algoritme maken waarmee ze een voorspelling kunnen doen van de reservecapaciteit van de nieren. Dat levert een voordeel voor de donor op. De Borst: ‘Er bestaan nu twee belangrijke voorspellers om te bepalen of mensen geschikt zijn als levende nierdonor, namelijk de uitgangsnierfunctie en de leeftijd van de donor. Daar kunnen we dan een derde voorspeller aan toevoegen. We kunnen dan beter inschatten wat de impact gaat zijn voor de nierfunctie.’

Breed toepasbaar
Ook voor de ontvanger is het belangrijk om te weten wat voor nier je hem of haar geeft. Maar er is nog iets anders. De onderzoekers hopen dat hun algoritme voor overcapaciteit ook toepasbaar is bij andere groepen. Dat kunnen nierpatiënten zijn, maar bijvoorbeeld ook mensen met diabetes die nog een normale nierfunctie hebben. ‘Als een derde van de nierfilters kapot is, is de nierfunctie namelijk nog steeds normaal doordat de overcapaciteit van de nieren het verlies aan nierfunctie compenseert. Als je die reservecapaciteit kunt meenemen in het totale plaatje van gezondheid van de nier – naast de nierfunctie op dat moment en de eventuele aanwezigheid van eiwit in de urine – heb je veel meer informatie over hoe het met de patiënt gaat.’