Met nieuw apparaat kan de kwaliteit van donornieren beter ingeschat worden

Het inschatten van de kwaliteit van donornieren is moeilijk. Nefroloog Franck Lebrin (LUMC) werkt met een Kolff+ beurs van de Nierstichting aan een apparaat dat de haarvaten van de donornier in beeld brengt en zo een eenduidige uitspraak kan doen over de geschiktheid van het orgaan.

Niet elke donornier is geschikt voor transplantatie. Als mensen ouder worden, gaan de nieren minder goed werken. Maar bij iedereen gaat dat op een ander tempo. Iemands leeftijd en leefstijl zeggen dus niet altijd alles over de kwaliteit van zijn of haar nieren. Mede daardoor is het inschatten van de kwaliteit van donornieren moeilijk. Met als gevolg dat soms donornieren getransplanteerd worden die achteraf niet goed genoeg zijn. Ook worden potentieel goede nieren niet getransplanteerd waar patiënten misschien toch mee geholpen hadden kunnen worden.

Nefroloog Franck Lebrin werkt met zijn team in het LUMC aan een apparaat dat een betere inschatting kan maken van de kwaliteit van donornieren. Daarvoor onderzoeken ze de organen in een perfusiemachine, een machine die in eerste instantie gebruikt werd om een donororgaan langer te kunnen bewaren. Hij voegt daar beeldvormende technieken aan toe zodat ze de organen in detail kunnen bekijken.

De onderzoekers kijken naar twee aspecten: de haarvaten en littekenweefsel. Want veel chronische ziektes, legt Lebrin uit, beginnen bij de haarvaten. ‘Die raak je namelijk kwijt. Het is het eerste teken dat je een ziekte aan het ontwikkelen bent. Ook beginnende achteruitgang van de nieren is daar het eerste te zien. Met deze techniek hebben we toegang tot deze informatie.’ Dat geldt ook voor littekenweefsel, een eerste gevolg van verlies van de haarvaten. Als de nier in het lichaam is getransplanteerd, is lettekenweefsel moeilijk te zien. En in een biopsie zie je maar een klein deel van het orgaan. Maar de perfusiemachine geeft toegang tot de hele nier.

De onderzoekers gebruiken varkensnieren die qua model vergelijkbaar zijn met menselijke nieren. Eerst definiëren ze wat ze zien als topkwaliteit, welke kwaliteit goed genoeg is en wanneer een orgaan te slecht is om te transplanteren. Daarna laten ze de machine de nieren evalueren.

Deze technologieën zijn de afgelopen tien jaar ontwikkeld. Lebrin voelt de noodzaak ze nu zo te gebruiken dat ze resultaten naar de kliniek kunnen brengen: ‘Want de patiënten wachten. Dat is de realiteit van ons werk: het aantal experimenten dat we moeten doen voordat de patiënt ervan profiteert.’

Het inschatten van de kwaliteit van een donornier is op dit moment mensenwerk. De arts moet bedenken: neem ik het risico of niet. Lebrin wil die onzekerheid uit de beslissing halen door de beslissing op basis van metingen te kunnen doen. ‘Chirurgen hebben maar een paar uur en soms is het midden in de nacht. Als je twijfelt, neem je liever geen risico. Maar als we een machine hebben die kan meten hoe goed een nier het gaat doen, dan neem je de druk bij chirurgen weg. En we helpen meer patiënten aan een geschikte donornier. Vandaag gooien we ze weg, maar morgen kunnen we ze misschien transplanteren.’