Voordat de shunt werd weggehaald, maakte ik foto’s. Van de shunt, van mijn arm en van dat kronkelende bloedvat dat ooit mijn reddingsboei was. Ik wilde deze herinnering bewaren. Omdat ik wist: dit afscheid is niet zomaar iets. Het is niet alleen medisch, het is ook persoonlijk. Emotioneel.
En eerlijk? Ik was ook bang. Bang dat het mis zou gaan met mijn donornier en dat ik dan opnieuw zou moeten dialyseren: zonder shunt zou dat niet gaan. Mijn shunt voelde voor mij als een vangnet dat ik eigenlijk niet wilde en kon missen.
Ik bedacht ook dat mijn lichaam wellicht afhankelijk was geworden van deze ‘levenslijn’. Zou het bij verlies ervan goed blijven functioneren? Mijn gezondheid voelde stabiel, wat als het weghalen van de shunt die stabiliteit zou verstoren?
Gelukkig kon ik met de vaatchirurg over mijn angsten praten. Ze zei: ‘Je shunt wordt al een tijdje niet meer gebruikt, maar eist nog altijd aandacht van je lichaam. Het verwijderen geeft ruimte voor herstel.’ Zij begreep het. Ze gaf mij vertrouwen. En we besloten samen: het is tijd. Dus werd ik geopereerd.