Selecteer de tekst die je wilt vertalen en kies 'Vertalen'. Kies vervolgens de gewenste taal. Je kunt de vertaalde tekst beluisteren of lezen.

Wat is gezond eten?

Laatste update, 26 juni 2025

Gezond eten is belangrijk bij nierschade. Met gezonde voeding krijgt je lichaam alle voedingsstoffen binnen die het nodig heeft. Gezond eten helpt je lichaam in een goede conditie te houden.

De volgende 5 regels vormen de basis voor gezonde voeding.

  1. Eet verschillende soorten voeding
  2. Eet niet te veel, maar ook niet te weinig
  3. Eet minder verzadigd vet
  4. Eet veel groente, fruit en brood
  5. Eet veilig, en ook duurzaam

Basis voor gezonde voeding

Er bestaat niet 1 voedingsmiddel dat van alle voedingsstoffen voldoende heeft. Afwisseling (variatie) is belangrijk. Door elke dag iets anders te kiezen, krijg je alle benodigde voedingsstoffen binnen.

Schijf van Vijf

In de praktijk kun je hiervoor de Schijf van Vijf aanhouden. Dat betekent dat je dagelijks eet uit de volgende 5 groepen.

  • groente en fruit
    Groente en fruit bevatten belangrijke voedingsstoffen. Eet iedere dag zowel groente (250 gram) als fruit (2 stuks).
  • brood, graanproducten en aardappelen
    Kies zoveel mogelijk voor volkorenproducten, zoals volkorenbrood, havermout, volkorenpasta, volkoren couscous, bulgur en zilvervliesrijst. Volkorenproducten bevatten meer vezels, vitaminen en mineralen dan de witte varianten. Ook krijg je eerder het gevoel dat je vol zit.
  • vis, vlees, ei, noten, peulvruchten en zuivel
    Wissel dierlijke en plantaardige producten met elkaar af. Eet niet meer dan 500 gram vlees per week, waarvan maximaal 200 gram rood vlees. Rood vlees is vlees van zoogdieren, zoals runderen, schapen, geiten, varkens, paarden en wild (hert, ree en wild zwijn). Vermijd bewerkt vlees, zoals hamburger, worst, gemarineerd vlees en vleeswaren. Eet dagelijks een handje ongezouten noten, zoals amandelen, hazelnoten, cashewnoten of walnoten. Het advies is om wekelijks 250 gram peulvruchten te eten.
  • smeer- en bereidingsvetten
    Kies zoveel mogelijk voor zachte halvarine of margarine voor op brood. Gebruik voor bakken en braden vloeibare producten, zoals vloeibare margarine, vloeibare bak-en-braad of plantaardige olie (bijvoorbeeld olijfolie of zonnebloemolie).
  • drinken zonder suiker
    Drink iedere dag 1,5 tot 2 liter vocht. Kies voor water, thee en koffie.

Zorg voor afwisseling binnen de groepen: kies iedere dag voor iets anders. De ene dag eet je bijvoorbeeld vis, de volgende dag vlees of een ei. Denk ook aan het afwisselen van verschillende soorten groenten en fruit en aan verschillende soorten broodbeleg.

Eet niet te veel

De hoeveelheid energie (het aantal calorieën) in de voeding moet in balans zijn met de hoeveelheid energie die je verbruikt. Dit heet de energiebalans. Iemand die zwaar lichamelijk werk verricht, heeft meer energie (calorieën) nodig dan iemand die een zittend beroep heeft.

Een goede energiebalans zorgt voor een gezond gewicht. Als je te veel eet, word je te zwaar. Als je te weinig eet, kun je te veel gewicht verliezen. Zowel overgewicht als ondergewicht is slecht voor de gezondheid. Het is dus belangrijk dat je niet te veel, maar ook niet te weinig eet.

Beweeg voldoende

Hoeveel calorieën je nodig hebt, hangt ook af van hoeveel je beweegt. Zorg ervoor dat je voldoende beweegt. Bewegen zorgt ervoor dat je fit blijft en heeft veel positieve effecten op de gezondheid. Het helpt ook als je wilt afvallen of als je je gewicht op peil wilt houden.

Eet minder verzadigd vet

Verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte in het bloed. Dat betekent je meer vetachtige stoffen in je bloed krijgt. Daardoor wordt het risico op hart- en vaatziekten groter.

Kies liever voor onverzadigd vet. Dat heeft juist een positieve invloed op het lichaam. Het verlaagt de kans op vaatvernauwing. Je kunt dit als volgt onthouden: verzadigd = verkeerd, onverzadigd = oké.

  • verzadigd vet
    In dierlijke producten zit veel verzadigd vet. Bijvoorbeeld in vet vlees, volle zuivelproducten en volvette kaas, en ook in koek, gebak, snacks en chocolade. Kokos- en palmolie zijn plantaardig, maar bevatten ook veel verzadigd vet.
  • onverzadigd vet
    Onverzadigd vet zit in plantaardige olie, zachte halvarine en margarine, vloeibare bak-en-braad, noten en vette vis.

Belangrijk bij nierschade

Dit advies is een punt van aandacht voor mensen met nierschade. Door de nierschade is het risico op hart- en vaatziekten namelijk al groter. Mensen met een nierziekte hebben vaak hoge bloeddruk en een verhoogd vetgehalte in het bloed. Door producten met onverzadigd vet te kiezen, houd je het risico op hart- en vaatziekten zo klein mogelijk.

Tips om minder verzadigd vet te eten

  • Brood
    Kies voor dieethalvarine of dieetmargarine. Dit is een (ongezouten) zachte margarine of zachte halvarine, met minimaal 50% meervoudig onverzadigde vetzuren. 
  • Bakken, braden en frituren
    Kies de zachte of vloeibare vetsoorten met een hoog percentage onverzadigd vet. Deze zitten in flessen. Olie is ook geschikt, behalve kokos- en palmolie. Ze bevatten juist veel verzadigd vet.
  • Vette vis
    Eet 1 keer per week vette vis, zoals zalm, sardines en makreel. In vette vis zit veel onverzadigd vet. Kijk wel uit met gerookte vis en haring: daarin zit veel zout.
  • Minder (zoete) snacks
    Beperk gebak, koek, chocolade, snacks en andere vormen van deze voedingsmiddelen. Hierin zit verborgen vet.

Eet veel groente, fruit en brood

In groente en fruit zitten veel belangrijke voedingsstoffen en weinig calorieën. Groente en fruit zorgen ook voor:

  • een vol gevoel
  • een goede stoelgang
  • een goede regeling van de bloeddruk.

Ze mogen dus niet ontbreken in het dagmenu.

Eet dagelijks ten minste 250 gram groente en 2 porties (200 gram) fruit. Zorg voor afwisseling in groente- en fruitsoorten. Elke soort heeft namelijk andere nuttige voedingsstoffen.

Brood levert koolhydraten. Dat is een belangrijke brandstof voor het lichaam. Kies volkorenbrood, dit bevat meer vezels. Vezels dragen bij aan een goede werking van de darmen en verlagen het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2.

Eet veilig

Via voeding kun je een infectie oplopen. Dat heet een voedselinfectie. Door je nierproblemen ben je hier extra gevoelig voor en kan een infectie ernstiger verlopen.

Let op de houdbaarheid bij het boodschappen doen, en werk hygiënisch in de keuken. Een voedselinfectie is met een aantal eenvoudige maatregelen te voorkomen.

Tips tegen voedselinfectie

  • Vermijd tijdens het koken elk contact tussen rauw en bereid vlees om kruisbesmetting te voorkomen. Dit geldt ook voor vis en kip.
  • Vlees, vis en ei moeten gaar zijn voordat je ze opeet.
  • Zet de temperatuur van de koelkast op 4 °C.
  • Bewaar restjes voedsel altijd afgedekt in de koelkast, en niet langer dan 2 dagen.

Bij chronische nierschade worden soms medicijnen voorgeschreven die de afweer onderdrukken. Dat gebeurt onder andere na transplantatie. Door de medicijnen is de kans op een infectie groter. Je krijgt extra adviezen om infecties te voorkomen.

Eet duurzaam

Het maken van eten en drinken heeft veel invloed op het milieu. Door duurzaam te eten kun je bijdragen aan een beter milieu. Duurzaam eten betekent onder meer:

  • geen voedsel verspillen
  • niet meer eten dan je nodig hebt
  • minder vlees eten
  • kiezen voor seizoensgroente

Door duurzaam te eten, eet je meteen ook gezonder.