Overdag slapen is niks voor mij, tenzij ik ‘s nachts heb liggen spoken en slaap moet inhalen. Wel ben ik goed geworden in simpelweg voor me uitstaren. Ik fantaseer dan leuke verhalen of ik denk gewoon even aan helemaal niets.
In het jaar voor ik een niertransplantatie onderging, had ik veel van deze dagen. Ik zat toen vaak achter de computer. Ik praatte mee op een forum. Of ik speelde spelletjes. Ook probeerde ik een sudoku uit de krant op te lossen. Maar dat verveelt op een gegeven moment wel. Dus keek ik nogal eens naar buiten. Zelfs in de winter, als het daar een en al kale takken was en er niets meer groeide. Ik spotte enkele lijsters die zich dapper in de kou waagden. Of ik volgde de familie Mus die onder een dakpan van de achterburen woonde en vaak in de tuin langskwam. Stelletje druktemakers, die musjes.





