Hier zijn geen richtlijnen voor en voor elke patiënt of naaste zal iets anders goed kunnen voelen. Sommige gebeurtenissen in het leven van patiënten zijn zo aangrijpend dat ze je ook als mens raken.
En sommige patiënten ken ik al jarenlang, waardoor die tegenslagen extra hard binnenkomen. Zo ken ik Natasja Bakker al negen jaar, al sinds haar niertransplantatie.
Na de operatie is ze gescheiden, kreeg ze een nieuwe relatie en startte ze een eigen bedrijf. Daarbij worstelt ze er af en toe mee dat ze chronisch nierpatiënt is. Ze wordt dan opstandig en boos op ‘alles’ en geeft even de brui aan haar gezonde leefstijl.
In schoolvakanties – eerst die van de basisschool, later in die van de middelbare school – kwam haar dochter mee naar mijn spreekuren. Op mijn vraag ‘Hoe gaat het ermee?’ barst Natasja vandaag in huilen uit.
Haar dochter had alle contact verbroken en was bij haar nieuwe vriendje gaan wonen. ‘Ik voel hoe de tijd tikt, dokter. Elke dag dat ik haar niet zie, is een dag weg van de kostbare tijd die ik met haar kan doorbrengen. Want vanwege al mijn gezondheidsproblemen weet ik dat ik geen 60 zal worden.’
Natasja piekerde hier inmiddels al maanden over, sliep amper en was door de stress een paar kilo afgevallen. Ze keek me door een waas van tranen bedroefd aan. Het leek ons beiden verstandig een psycholoog om hulp te vragen.
Voordat ik de volgende patiënt binnenriep, slikte ik even. De brok in mijn keel moest weg.
De namen van de patiënten in deze columns zijn verzonnen vanwege privacyredenen.