Selecteer de tekst die je wilt vertalen en kies 'Vertalen'. Kies vervolgens de gewenste taal. Je kunt de vertaalde tekst beluisteren of lezen.

Iron Deficiency and Nephrotoxic Metals: a Dangerous Interplay?

Doel

Het gevaar van zware metalen in kaart brengen en de rol van het ijzertekort, dat relatief eenvoudig te behandelen is, hierin te onderzoeken bij patiënten met chronisch nierfalen en niertransplantatiepatiënten.

Samenvatting

Accumulatie van zware metalen vormt een belangrijke risicofactor voor achteruitgang van de nierfunctie, met name bij patiënten met chronisch nierfalen en niertransplantatiepatiënten. Mensen worden dagelijks blootgesteld aan lage concentraties zware metalen. Recent hebben de onderzoekers aangetoond dat relatief lage concentraties zware metalen (cadmium, kwik en arsenicum) al verband houden met een verhoogd risico op transplantaatfalen bij niertransplantatiepatiënten. Blootstelling vindt voornamelijk plaats via consumptie van specifiek plantaardig voedsel. Vanwege de vele positieve gezondheidseffecten wordt het plantaardige dieet steeds vaker geadviseerd aan patiënten met een relatief goede nierfunctie. Het gevolg is echter een grotere blootstelling aan zware metalen in combinatie met een verhoogd risico op een ijzertekort. Dat laatste komt sowieso veel voor bij patiënten met chronisch nierfalen en niertransplantatiepatiënten. Vanwege het ijzertekort komen bepaalde metaaltransporters (die betrokken zijn bij de absorptie van ijzer) in zowel de darmen als de nieren meer tot expressie. Middels dit onderzoek wordt de hypothese getest dat een ijzertekort ook onafhankelijk van bloedarmoede tot een verhoogde opname van zware metalen in de darmen en verhoogde retentie van zware metalen in de nieren leidt en daardoor een negatief effect op de nierfunctie heeft. Hiervoor worden eerst de ijzerstatus en de spiegels van verschillende zware metalen in reeds afgenomen en opgeslagen bloedsamples van patiënten gemeten die aan de TransplantLines-studie deelnemen. Hetzelfde wordt gedaan voor de PREVEND-studie als reflectie op de algehele populatie. Deze studies leveren veel informatie op over de risico’s die aan zware metalen verbonden zijn, zowel voor de nierfunctie als voor verschillende andere parameters die gemeten zijn, zoals het concentratievermogen en de mate van tremor in de TransplantLines-studie. Daarnaast wordt binnen de EFFECT-KTx-trial, een gerandomiseerde trial voor de behandeling van ijzertekort bij niertransplantatiepatiënten, het effect van ijzertekort op de spiegels van zware metalen voor en na behandeling gemeten. Om meer inzicht in de betrokken mechanismen te krijgen, wordt een experimenteel model toegepast waarin muizen/ratten met en zonder chronische nierschade op een ijzerbeperkt of -sufficiënt dieet worden gezet. Vervolgens wordt het effect hiervan op de opname van zware metalen in de darmen en op retentie van zware metalen in de nieren gemeten en wordt onderzocht via welke transporters dit verloopt. Tenslotte worden de betrokken transporters ook in gekweekte niercellen geanalyseerd.

Trefwoorden

fundamenteel, identificatie, validatie in modelsystemen, klinisch, dieronderzoek, menselijk materiaal, chronisch nierfalen, transplantatiepatiënten, plantaardig dieet, ijzertekort, toxische metalen, zware metalen, cadmium, lood, arsenicum

Soortgelijke projecten

Innovating monitoring of the humoral autoimmune response in Lupus- and ANCA-associated glomerulonephritis - a bench to bedside approach

Kolff Senior Postdoc Beurs Systemische lupus erythematosus (SLE) en ANCA-geassocieerde vasculitis (AAV) zijn generieke auto-immuunziekten, waarbij ontsteking van de nieren kan voorkomen (glomerulonefritis). Bij auto-immuunziekten ziet het afweersysteem lichaamseigen cellen en stoffen als lichaamvreemd en maakt het lichaam auto-antistoffen tegen de eigen weefsels. Een belangrijke bevinding bij SLE en AAV patiënten is de aanwezigheid van zogenaamde auto-antistoffen in het bloed. Bij SLE patiënten zijn dit doorgaans auto-antistoffen tegen DNA (genetisch code voor het vormen van eiwitten) en bij AAV patiënten tegen bepaalde typen afweercellen (ANCA). Auto-antistoffen ontstaan door NETosis. Tijdens dit proces 'spugen' afweercellen hun eigen DNA als een net uit over ziekteverwekkers om deze te verwijderen ten koste van hun eigen overleving. Echter, omdat DNA altijd binnenin een cel hoort, leidt het buiten de cel treden van DNA tot een zeer sterke afweerreactie om de netten van DNA waarin de ziekteverwekkers zijn gevangen op te ruimen. In vooronderzoek is aangetoond dat er meer NETosis plaatsvindt bij SLE en AAV patiënten dan in gezonde mensen. Bovendien verloopt het opruimen van DNA in deze patiënten trager. Als gevolg hiervan hebben SLE en AAV patiënten hogere concentraties van auto-antistoffen in het bloed. De detectie van auto-antistoffen is een geschikte methode om de diagnose van SLE of AAV vast te stellen bij patiënten met glomerulonefritis, maar niet om het ziekteverloop te volgen. De hypothese van dit onderzoek is dat juist het monitoren van de onderliggende processen voor de vorming van autoantistoffen (waaronder NETosis als ook de auto-reactieve B-cellen) meer inzicht geeft in het ziekteverloop van SLE en AAV dan de detectie van auto-antistoffen. Ook kan het inzicht geven of patiënten goed reageren op de nieuwe, beschikbare medicijnen rituximab en belimumab. Het monitoren van deze processen kan dan leiden tot een betere afstemming van therapieën op de patiënt. Doelstellingen: 1. Ontwikkelen van methoden om NETosis te monitoren. 2. Ontwikkelen van methoden om auto-reactieve B-cellen te monitoren. 3. Bepalen van de klinische relevantie van het monitoren van NETosis en auto-reactieve B-cellen in relatie tot ziekte-uitkomsten. 4. Onderzoeken van de klinische toepasbaarheid van immunomonitoring in SLE en AAV patiënten in relatie tot behandelstrategieën.

Restraining the NETs around Lupus Nephritis

Kolff Junior Postdoc Beurs SLE (systemische lupus erythematosis) is een auto-immuunziekte die elk orgaan kan aantasten. Een groot deel van de patiënten ontwikkelt lupus nefritis (LN), waarbij SLE zich op de nieren richt. Kenmerkend voor de ziekte is de vorming van autoantistoffen gericht tegen DNA en het optreden van opvlammingen afgewisseld met rustige perioden. Een groot deel van de LN-patiënten ontwikkelt nierfalen. Behandeling bestaat uit het remmen van het afweersysteem met zware medicatie bij opvlammingen. NETosis is een proces waarbij afweercellen, hun eigen DNA als een net 'uitspugen' over de ziekteverwekkers om deze te verwijderen. Omdat DNA eigenlijk in een cel hoort, leidt het afstoten van DNA tot een zeer sterke afweerreactie waarbij het DNA inclusief de gevangen ziekteverwekker op te ruimen. De vorming van de autoantistoffen leidt tot neutrofiele grant (een opvlamming van) LN. De hypothese van de studie luidt dat het aanpakken van de productie van autoantistoffen door het uitschakelen van B-cellen en plasmacellen (die de autoantistoffen produceren) bij LN-patiënten NETosis vermindert en daardoor ook de activiteit van de ziekte. Vraagstelling: Het onderzoeken van de effecten van een experimentele behandeling met de biologicals rituximab en belimumab om langdurige B-cel depletie in LN patiënten te bewerkstelligen. 1.Wat is het klinisch effect van deze behandeling? 2.Worden autoreactieve plasmacellen daadwerkelijk aangepakt door langdurige B-cel depletie? 3.Wat is het effect van langdurige B-cel depletie op NETosis?

Strike while the iron is hot: hepcidin-mediated protection against hemoglobin-induced acute kidney injury

Kolff Junior Postdoc beurs Acute nierschade is een steeds vaker voorkomende complicatie bij patiënten die een ingrijpende operatie ondergaan. Acute nierschade geeft een aanzienlijk verhoogde kans op overlijden of op de ontwikkeling van chronische nierschade. Op dit moment is het niet mogelijk om acute nierschade te voorkomen of doelgericht te behandelen. Een groot deel van de nierschade lijkt te ontstaan doordat rode bloedcellen kapotgaan, waaruit het ijzerhoudende hemoglobine in de nier ophoopt. Uit recent onderzoek is gebleken dat het ijzerregulerende hormoon hepcidine bescherming kan bieden tegen acute nierschade veroorzaakt door hemoglobine. Helaas is nog onduidelijk hoe hepcidine precies voor deze bescherming zorgt en welke processen erbij betrokken zijn. Zo krijgen sommige delen van de nier hepcidine aangevoerd vanuit de bloedsomloop (systemisch hepcidine), terwijl andere delen van de nier zelf hepcidine kunnen maken (nierhepcidine). De hypothese is dat beide vormen van hepcidine essentieel zijn voor de bescherming van de nier. Meer inzicht in de mechanismen waarop hepcidine bescherming kan bieden maakt het mogelijk om een doelgerichte en effectieve therapie, gebaseerd op hepcidine, te ontwikkelen om acute nierschade door hemoglobine te voorkomen of behandelen. Vraagstelling: 1. Bepalen van het belang van systemisch hepcidine en nierhepcidine voor de bescherming tegen acute nierschade veroorzaakt door hemoglobine. (Onderzoek in muizen) 2. Onderzoeken van de processen in specifieke niercellen na opname van systemisch hepcidine uit de bloedsomloop en hoe deze processen bijdragen aan bescherming tegen hemoglobine. (Cellijnen) 3. Onderzoeken welke processen betrokken zijn bij de aanmaak van nierhepcidine tijdens blootstelling aan hemoglobine en of deze processen essentieel zijn in de bescherming tegen hemoglobine. (Cellijnen) 4. Analyseren van het samenspel tussen verschillende celtypen van een nierbuisje om de hele nier te beschermen tegen schade veroorzaakt door hemoglobine. (Ontwikkeling van een nieuw celmodel waarin verschillende typen niercellen in 3D groeien om hun natuurlijke buisvorm in de nier na te bootsen.)