Huub groeit op met één broer en twee zussen. De familieband is goed, maar ze lopen de deur niet bij elkaar plat. Vijf jaar geleden blijken de nieren van oudste broer Wim niet meer goed te functioneren. Wanneer de nierwaarden van Wim drastisch achteruit gaan, wordt afgestemd of binnen de familiekring iemand donor zou willen zijn.
De jongste zus valt direct af. Een medische test wijst uit dat zij een vorm van longkanker heeft. Bovendien blijkt ze ook nog borstkanker te hebben. De artsen zijn er in een vroeg stadium bij, waardoor beide vormen van kanker goed konden worden behandeld en ze nu kankervrij is





