Om half 9 komt meneer Albers binnen. Hij is eigenlijk patiënt bij een collega die vandaag afwezig is. Meneer, 53 jaar, heeft 6 weken geleden een niertransplantatie ondergaan. ‘Hoe gaat het met u?’ ‘Ach, het is 1 groot feest! Alle klachten weg en ik heb weer een heleboel energie. Niet alleen ik, mijn hele gezin moet daaraan wennen. Het is voor iedereen nieuw dat pa nog tot ’s avonds laat klusjes doet en niet alleen maar rustig op de bank tv zit te kijken.’
De volgende patiënt is meneer Van Doorn, 42 jaar. Nu, net 2 weken na zijn niertransplantatie, is ook hij helemaal tevreden. Hij houdt goed overzicht op alle medicijnen die nodig zijn en hij slaagt er goed in die op de juiste tijden in te nemen. Verder kan hij weer elke dag een rondje buiten wandelen in plaats van dat hij de buitenwereld van achter het raam moet bekijken.
Daarna volgt Inge Cornelissen, 29 jaar. Vorige keer vertelde ze dat zij met haar vriend is gaan samenwonen. Voorzichtig begin ik over een eventuele zwangerschapswens. Enigszins verontschuldigend zeg ik dat het mij goed lijkt dit maar alvast op tijd besproken te hebben. Ze onderbreekt me al snel: ‘Nou daar wilde ik het dus net over hebben vandaag.’




