17 juni 2009 is voor mij de bijzondere dag. Weliswaar ben ik niet één van de mensen, die de dag na de operatie al letterlijk naast hun bed staan te dansen. Maar er is wel degelijk een nieuw begin. Ik voel weer energie, zie licht aan de horizon en heb het gevoel dat de wereld voor me openligt. Er zijn simpelweg weer mogelijkheden.
Wanneer ik het ziekenhuis verlaat, heb ik de hele zomer voor me: om te helen en op krachten te komen. Maar het blijft onrustig in mijn hoofd. Ik heb concentratieproblemen en vind het moeilijk om leuke dingen te ondernemen.
Daarom zoek ik professionele hulp. Met mijn familie en vrienden kan ik weliswaar goed praten, maar misschien kan therapie de ondersteuning bieden die ik nu blijkbaar toch mis. Dus ga ik naar een psycholoog. En nog voor het einde van de sessie wordt mijn probleem al duidelijk: ik zit nog steeds in de overlevingsstand. De strijd is voorbij nu mijn nieuwe nier het goed doet, maar normaal leven doe ik nog niet. Ik span zelfs mijn spieren vaak (onbewust) aan vanwege stress. Daarom vind ik het moeilijk om volop te kunnen genieten.
Gedurende de paar maanden dat we elkaar zien, geeft de psycholoog me opdrachten om uit te voeren. Het zijn opdrachten om de zaken waar ik geen invloed op heb, los te kunnen laten en meer zelfvertrouwen te krijgen. Ik krijg bijvoorbeeld als ‘huiswerk’ het plannen van leuke activiteiten die ik in mijn agenda moet noteren en die ik afstreep, nadat ik ze heb uitgevoerd.





