Je begrijpt, van twijfel kwam afstel. Een belangrijke reden hiervoor is dat je als intensivist geen poliklinische spreekuren hebt. Via die spreekuren bouw je een langdurige band op met patiënten. Ik zie dat als een van de leukste aspecten van het vak. Iets wat ik als intensivist dus zou moeten missen.
Sommige patiënten zie ik maar één keer per jaar omdat de transplantatie al enige tijd geleden is. Andere patiënten zie ik vaker omdat zij nog binnen het eerste jaar na transplantatie zitten. Er zijn ook patiënten die ik heel vaak zie, omdat zij te maken hebben met complicaties.
Voorbeeld daarvan is een patiënt, ik noem haar voor het gemak mevrouw Groeneveld, die al wat langer geleden een nier-pancreastransplantatie heeft gehad. Zij heeft herhaaldelijk last van urineweginfecties en doet er zelf alles aan om deze te voorkomen. Ze eet bijvoorbeeld veel cranberries en drinkt citroensap. Je moet je er maar aan kunnen houden en je moet er maar van houden.




