Een jaar geleden onderging zij een niertransplantatie. Daarna werd zij achtervolgd door pech. Zij kreeg een zenuwinfectie in haar gezicht, waardoor zij moeilijker praat. Zij kreeg een hartinfarct waarvoor zij een dotter-behandeling kreeg en moest revalideren. En zij heeft door een vernauwing van de slagaderen pijn met lopen: dit wordt ook wel ‘etalagebenen’ genoemd.
Ook nu knokt zij weer voor herstel. ‘Maar ik ga steeds minder het huis uit, dokter. Ik loop zo slecht. Ik praat zo moeilijk. Mensen kijken me na, of ze ontwijken me.
Mijn dochter komt elke week gezellig langs, maar het voelt voor mij alsof ik haar tot last ben. Mijn broer is, net als ikzelf, slecht ter been. Ik wou dat ik iemand had om mee te kletsen, te lachen en te huilen. Ik moet veel huilen.’
Mevrouw blijkt naar te dromen en veel te denken over hoe zij op de intensive care belandde. Niemand in haar omgeving lijkt zich te realiseren hoeveel invloed alle gezondheidsproblemen op haar leven hebben.
Ik verwijs haar naar een maatschappelijk werker, verbonden aan onze afdeling. Een paar maanden later heeft zij een buddy en gaat zij één keer per week naar groepsfitness. Zij overweegt nu vrijwilligerswerk te gaan doen, gericht op patiënten met een nierziekte. Wat het best bij haar past, zoekt zij nog uit.