Nederland moet zich voorbereiden op oorlog. Dat was de oproep die NAVO-chef Mark Rutte in 2024 deed vanwege de Russische dreiging. Nuchter volkje als we zijn, werd deze oproep aanvankelijk afgedaan als zwaar overdreven, bangmakerij zelfs.
Maar dan verschijnen mysterieuze drones in het Europese luchtruim en valt rond diezelfde periode bij Nederlandse huishoudens de overheidsbrochure Bereid je voor op een ramp op de mat. Het boekje bevat een checklist voor een noodpakket om tenminste 72 uur zelfredzaam te zijn. Voor Alex (27) is de dreiging allang een gepasseerd station. Voor hem heeft dreiging plaats gemaakt voor een afschuwelijke werkelijkheid, eentje die heel wat langer dan slechts 72 uur duurt. De oorlog in zijn vaderland Oekraïne werd zo erg dat hij zich drie jaar geleden gedwongen zag één van de moeilijkste besluiten in zijn leven te nemen: vluchten vanwege het Russische oorlogsgeweld.
Bombardementen
Terwijl we in een jarenzestig aandoende woonkamer zitten met uitzicht op verstilde weilanden in het dorpje Kockengen, doet Alex zijn verhaal: ‘Aanvankelijk wilde ik helemaal niet vluchten. Ik wilde net als mijn vrienden vechten en bij mijn familie zijn. Maar met hun vele bombardementen hebben de Russen het ook vaak gemunt op de elektriciteitsvoorzieningen. Voor mijn vriendin die freelance fotograaf is en voor haar opdrachten erg afhankelijk is van een goede internetverbinding, werd het praktisch onmogelijk haar werk te doen. Tegelijkertijd ging mijn gezondheid achteruit. Mijn nieren kwamen in de gevarenzone. En dialyseren bij constante stroomuitval wordt lastig.’
Alex zwijgt even, maar pakt dan de draad van zijn verhaal weer op: ‘Hoewel ik in Oekraïne nog net niet hoefde te dialyseren, wist ik dat ik op korte termijn aan de dialyse zou moeten. Dat besef raakte me bijna harder dan de oorlog zelf. Juist vanwege de voortdurende Russische aanvallen op elektriciteitscentrales, realiseerde ik me dat dialyseren in Oekraïne ineens niet meer levensreddend maar eerder levensbedreigend was. Door de oorlog stond namelijk de hele medische infrastructuur zwaar onder druk.’






