Zo zag ik vanmiddag op de ‘keuringenpoli’ mevrouw Aytaç (47). Ze werkt twintig uur per week en heeft een inwonende zoon van 20 jaar. Haar nierfunctie zakte de afgelopen weken van 20 naar 15%. Ook voelt mevrouw zich erg moe. Ze kan haar werk eigenlijk niet meer zo goed doen als ze zou willen.
Wanneer ze thuiskomt, gaat ze direct rusten, ze valt dan meestal snel in slaap. Haar zoon helpt veel in het huishouden, maar heeft ook zijn eigen sociale leven. De honden ‘moet’ ze ook nog uitlaten. Door gebrek aan energie lukt dat drie keer per dag slechts tien minuutjes.
Ze hoopt zó dat een nieuwe nier haar haar energie zal teruggeven. Bij de meeste patiënten zie ik dat zij zich inderdaad energieker voelen na een transplantatie.
Soms kan dit, onder invloed van medicatie, doorschieten. Ik denk direct aan meneer Veldhuis (55) die, vlak na zijn operatie, bomen stond om te hakken in de tuin. Zijn familie maakte zich toen wel wat zorgen om hem. Maar zodra zijn dosis prednison werd afgebouwd, bleven de bomen in de tuin staan en was meneer niet meer zo hyperactief. Wel hield hij voldoende energie over om dagelijks zes kilometer te wandelen.





