Tekst Berber Rouwé
Hoe groot is de kans dat je een psychotrauma oploopt in het ziekenhuis?
‘Die kans is flink. Vooral wanneer je iets acuuts meemaakt dat je ervaart als levensbedreigend of gevaarlijk. Of wanneer je voelt dat je de controle volledig kwijt bent,’ vertelt Miranda Olff. Ze leidt het psychotraumacentrum in het UMC Amsterdam en een onderzoeksafdeling van ARQ Nationaal Psycho trauma Centrum (https://arq.org/). ‘Een trauma kan bijvoorbeeld ontstaan na een nier transplantatie, bezoek aan de spoedeisende hulp, vervelende ervaringen rondom dialyse, een ziekenhuisopname, de afstoting van een donornier of een verblijf op de IC.’
Hoe herken je dat je een trauma hebt?
Hoe herken je dat je een trauma hebt? ‘Een traumatische gebeurtenis kan leiden tot PTSS, een depressie, paniekstoornis of een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol. Vaak lopen deze problemen door elkaar en hebben mensen bijvoorbeeld PTSS én een depressie. Bij PTSS heb je doorgaans vier soorten klachten.
1. Ten eerste krijg je levensechte, confronterende herbelevingen. Dat kunnen nachtmerries zijn of flashbacks die worden uitgelokt door ‘triggers’ in je omgeving. Het voelt of je weer in de situatie van toen zit, met de heftige emoties en het gevoel van machteloosheid. Soms krijg je ook hartkloppingen of schrik reacties. En soms dissocieer je van de werkelijkheid, alsof je even weg bent uit de omgeving.
2. Je vermijdt alle situaties, dingen en gesprek ken die je aan de traumatische gebeurtenis doen denken.
3. Je krijgt negatieve gedachten, over jezelf en de wereld om je heen. Je gevoel stompt af. Vaak voelen mensen met PTSS zich vlak, verdoofd of somber en verliezen ze het plezier in activiteiten en sociale contacten. Soms zien ze geen toekomst meer.
4. Je krijgt last van ‘hyperactivatie’. Je lichaam staat continu op ‘waakzaam’. Dat leidt tot schrikachtigheid, prikkelbaarheid, woede uitbarstingen, concentratieproblemen of slapeloosheid.
Bij PTSS houden de klachten langer dan een maand aan. Traumatherapie werkt niet alleen bij PTSS, maar ook bij mensen die ‘maar’ om en nabij driekwart van de klachten hebben.’ Dat noem je dan geen PTSS maar ‘posttraumatische stressklachten’ of ‘traumatische stress’.
Waarom krijgt de een wel PTSS en de ander niet?
‘De kans op PTSS is vooral hoog als je eerder ook al een trauma hebt meegemaakt, bijvoorbeeld in je jeugd. Of als je al psychische problemen had, zoals een depressie. Ook een gebrek aan sociale steun en erkenning verhoogt de kans op PTSS, bij vrouwen nog eens extra. Sowieso hebben vrouwen twee keer zoveel kans op PTSS als mannen. Vrouwen reageren biologisch en vaak ook psychisch anders op stress.’
Wat kun je doen om te voorkomen dat je langdurige stress klachten ontwikkelt?
‘Het is normaal om de dagen na bijvoorbeeld een zieken huisopname gedesoriënteerd of teruggetrokken te zijn. Of last te hebben van nachtmerries, concentratie problemen, prikkelbaarheid of stemmingswisselingen. Vaak gaat dat vanzelf weer over. Als je fysiek opknapt, bevordert dat ook het geestelijke herstel en zeker ook andersom. Die twee gaan hand in hand.
Je kunt je herstel bevorderen met rust en een stabiele omgeving. Geef praktische zorgen, bijvoorbeeld over de kinderen, uit handen. Pak bijkomende stress, bijvoorbeeld problemen in de familie of een gebrek aan woonruimte, aan met hulp van de maatschappelijk werker in het zieken huis.
En heel belangrijk: zoek sociale steun en erkenning. Je hoeft niet meteen overal over te praten. Sterker nog: het werkt averechts als je geforceerd wordt om je ervaringen kort na de gebeurtenis te delen. Maar het is wel belangrijk dat áls je wilt praten, er iemand is om je verhaal bij te doen. Dat kan familie zijn, maar ook een maatschappelijk werker of slachtoffer hulp.’

