Selecteer de tekst die je wilt vertalen en kies 'Vertalen'. Kies vervolgens de gewenste taal. Je kunt de vertaalde tekst beluisteren of lezen.

Begeleiding

Klinkt traumatherapie te zwaar? Tóch doen, want het helpt

14 april 2022

Heftige ervaringen in het ziekenhuis kunnen leiden tot een trauma. Wat kun je doen om dat te voorkomen? En als je een trauma hebt, welke therapie werkt dan het best? Miranda Olff, hoogleraar preventie en behandeling van psychotraumaen posttraumatische stressstoornis (PTSS) in het UMC Amsterdam, legt het stap voor stap uit.

Tekst Berber Rouwé 

Hoe groot is de kans dat je een psychotrauma oploopt in het ziekenhuis?

‘Die kans is flink. Vooral wanneer je iets acuuts meemaakt dat je ervaart als levensbedreigend of gevaarlijk. Of wanneer je voelt dat je de controle volledig kwijt bent,’ vertelt Miranda Olff. Ze leidt het psychotraumacentrum in het UMC Amsterdam en een onderzoeksafdeling van ARQ Nationaal Psycho trauma Centrum (https://arq.org/). ‘Een trauma kan bijvoorbeeld ontstaan na een nier transplantatie, bezoek aan de spoedeisende hulp, vervelende ervaringen rondom dialyse, een ziekenhuisopname, de afstoting van een donornier of een verblijf op de IC.’

Hoe herken je dat je een trauma hebt?

Hoe herken je dat je een trauma hebt? ‘Een traumatische gebeurtenis kan leiden tot PTSS, een depressie, paniekstoornis of een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol. Vaak lopen deze problemen door elkaar en hebben mensen bijvoorbeeld PTSS én een depressie. Bij PTSS heb je doorgaans vier soorten klachten. 

1. Ten eerste krijg je levensechte, confronterende herbelevingen. Dat kunnen nachtmerries zijn of flashbacks die worden uitgelokt door ‘triggers’ in je omgeving. Het voelt of je weer in de situatie van toen zit, met de heftige emoties en het gevoel van machteloosheid. Soms krijg je ook hartkloppingen of schrik reacties. En soms dissocieer je van de werkelijkheid, alsof je even weg bent uit de omgeving. 

2. Je vermijdt alle situaties, dingen en gesprek ken die je aan de traumatische gebeurtenis doen denken. 

3. Je krijgt negatieve gedachten, over jezelf en de wereld om je heen. Je gevoel stompt af. Vaak voelen mensen met PTSS zich vlak, verdoofd of somber en verliezen ze het plezier in activiteiten en sociale contacten. Soms zien ze geen toekomst meer. 

4. Je krijgt last van ‘hyperactivatie’. Je lichaam staat continu op ‘waakzaam’. Dat leidt tot schrikachtigheid, prikkelbaarheid, woede uitbarstingen, concentratieproblemen of slapeloosheid. 

Bij PTSS houden de klachten langer dan een maand aan. Traumatherapie werkt niet alleen bij PTSS, maar ook bij mensen die ‘maar’ om en nabij driekwart van de klachten hebben.’ Dat noem je dan geen PTSS maar ‘posttraumatische stressklachten’ of ‘traumatische stress’.

Waarom krijgt de een wel PTSS en de ander niet?

‘De kans op PTSS is vooral hoog als je eerder ook al een trauma hebt meegemaakt, bijvoorbeeld in je jeugd. Of als je al psychische problemen had, zoals een depressie. Ook een gebrek aan sociale steun en erkenning verhoogt de kans op PTSS, bij vrouwen nog eens extra. Sowieso hebben vrouwen twee keer zoveel kans op PTSS als mannen. Vrouwen reageren biologisch en vaak ook psychisch anders op stress.’

Wat kun je doen om te voorkomen dat je langdurige stress klachten ontwikkelt?

‘Het is normaal om de dagen na bijvoorbeeld een zieken huisopname gedesoriënteerd of teruggetrokken te zijn. Of last te hebben van nachtmerries, concentratie problemen, prikkelbaarheid of stemmingswisselingen. Vaak gaat dat vanzelf weer over. Als je fysiek opknapt, bevordert dat ook het geestelijke herstel en zeker ook andersom. Die twee gaan hand in hand. 

Je kunt je herstel bevorderen met rust en een stabiele omgeving. Geef praktische zorgen, bijvoorbeeld over de kinderen, uit handen. Pak bijkomende stress, bijvoorbeeld problemen in de familie of een gebrek aan woonruimte, aan met hulp van de maatschappelijk werker in het zieken huis. 

En heel belangrijk: zoek sociale steun en erkenning. Je hoeft niet meteen overal over te praten. Sterker nog: het werkt averechts als je geforceerd wordt om je ervaringen kort na de gebeurtenis te delen. Maar het is wel belangrijk dat áls je wilt praten, er iemand is om je verhaal bij te doen. Dat kan familie zijn, maar ook een maatschappelijk werker of slachtoffer hulp.’ 

Een trauma is vrij goed te behandelen, meer dan de helft komt van de klachten af

Wanneer is het tijd voor een therapeut?

‘Het gaat vooral om de impact van je klachten op jouw leven en dagelijks functioneren. Als je kort na ontslag uit het ziekenhuis al ernstige klachten hebt, zoals heftige herbelevingen, kun je ervan uitgaan dat die klachten niet zomaar afzakken. Ik zou na een week hulp zoeken. Als je klachten milder zijn, worden ze vaak wél vanzelf minder. 

Houden klachten vier weken of langer aan, dan is het verstandig hulp te zoeken bij een medisch psycholoog of een traumatherapeut. De meeste ziekenhuizen hebben zulke therapeuten in dienst. Je nefroloog, maatschappelijk werker (in het ziekenhuis) of huisarts kan daarnaar doorverwijzen.’

Moet je meteen hulp zoeken of kan dat later ook nog?

‘Het kan allebei. Maar als je vroeg ingrijpt, kost het minder moeite om te herstellen. In het begin kunnen een paar gesprekken met een maatschappelijk werker genoeg zijn, of een enkele sessie bij een traumatherapeut. Hoe langer je wacht, hoe ernstiger de stress vastgeroest raakt in je systeem. In de praktijk worden mensen vaak behandeld tussen drie maanden en enkele jaren na het trauma. Zoek je pas later hulp, dan heb je méér therapie nodig, maar ook dan kun je nog steeds goed van je klachten afkomen.’

Er zijn veel vormen van traumatherapie. Welke vorm werkt het best?

‘Traumagerichte psychotherapie, waarbij de therapeut je stimuleert nare herinneringen te herbeleven. Daarvan zijn enkele soorten die goed werken, bijvoorbeeld imaginaire exposure, EMDR en cognitieve therapie. Deze therapieën zorgen ervoor dat ongeveer 60% van de patiënten van PTSS af komt. Bij de rest van de patiënten verminderen de klachten vaak, maar gaan ze niet helemaal weg.’

EMDR is de meest bekende vorm van traumatherapie. Bij EMDR word je tijdens het vertellen van je herinnering afgeleid, bijvoorbeeld doordat je met je ogen de heen en weer bewegende vinger van je therapeut moet volgen. Ook met tikkende geluiden wordt de aandacht van de traumatische gebeurtenis weggehaald.

Hoe werkt traumagerichte psychotherapie?

‘De theorie is dat je geheugen een gebeurtenis niet opslaat als een foto, maar als een flexibel beeld dat je naar boven kunt halen en kunt bewerken. Zo gaat de emotionele lading er wat vanaf. Het blijft een vervelende herinnering, ook na therapie. Maar je wordt er niet meer door overrompeld en emotioneel overspoeld.’

Hoe gaat zo’n therapiesessie?

‘Je gaat met je therapeut in gedachten terug naar het trauma en haalt tot in detail naar boven wat er gebeurde: wat je zag, wat je hoorde, wat je voelde. Dat brengt alle emoties en het gevoel van machteloosheid in volle hevigheid naar boven. Daarna ga je met dat beeld aan de slag. Bij imaginaire exposure haal je de emotionele lading van de herinnering af door de herinnering herhaaldelijk op te halen. Bijvoorbeeld door regel matig naar een geluidsopname van jouw verhaal te luisteren. 

Bij EMDR (eye movement desensitization and reprocessing) wordt je tijdens het vertellen van je herinnering afgeleid, bijvoorbeeld doordat je met je ogen de heen en weer bewegende vinger van je therapeut moet volgen. Door die afleiding verwerken je hersenen de herinnering op een andere manier. 

Bij cognitieve therapie en cognitive processing therapy kijk je naar welke cognities je hebt ontwikkeld door het trauma. Cognities zijn vaste gedachten die je hebt over jezelf en de wereld om je heen, zoals ‘ik ben nergens veilig en niemand is te vertrouwen’. Dergelijke irrationele gedachten kunnen steeds weer opnieuw hevige emoties oproepen. Dan helpt het om die gedachte te vervangen door een rationele gedachte als: ‘ik heb bewijs dat er ook goede mensen zijn’. 

Als je de gedachten over jezelf verandert, veranderen ook de bijbehorende gevoelens. Bij alle behandelingen doe je inzichten op tijdens het ophalen van de nare herinnering en daarna ga je daarmee aan het werk.

Een trauma is onder andere te herkennen aan steeds terugkerende angstdromen

Moet je per se met je nare herinneringen aan de slag of kun je ook een andere behandelmethode kiezen?

‘Er zijn allerlei therapieën die zich niet op de pijnlijke herinneringen richten. Van yoga en acupunctuur tot neurofeedback, somatic experiencing of transcraniële magnetische stimulatie (TMS). Er is minder bewijs dat deze therapieën werken, maar ze kunnen verlichting geven als je geen traumagerichte psychotherapie wilt of kunt doen. 

Veel behandelaars, maar ook patiënten, zijn bang dat traumagerichte therapie te zwaar is en dat je mensen kunt her traumatiseren. Maar dat valt mee als je het in een goede omgeving doet. De meeste mensen kunnen het aan, blijkt uit onderzoek. Ze vinden het wel heftig en de klachten nemen na de behandeling soms eerst wel even toe. Maar daarna komt er flinke verbetering.’

Wat kan een arts doen om te voorkomen dat zijn of haar patiënten langdurige stressklachten ontwikkelen?

‘Ik zie een getrapt systeem voor me. Ten eerste wil je patiënten screenen. Wij hebben een korte, online vragenlijst ontwikkeld die risicofactoren in kaart brengt en de vroege tekenen oppikt van posttraumatische stress, depressie, slaapproblemen en verslaving . 

Na de eerste screening moet je de vinger aan de pols houden: blijven praten met patiënten, regelmatig dat vragenlijstje afnemen en goed door vragen bij problemen. Want een deel van de patiënten ontwikkelt later alsnog ernstige stressklachten. Vaak zijn zowel arts als patiënt eerst gericht op lichamelijk herstel en komen de psychische problemen pas later naar voren. 

Stap twee is zelfhulp aanbieden, bij voorbeeld via een ehealth app. En mensen stimuleren om sociale steun en praktische hulp te zoeken. Blijkt na een week of vier dat er nog steeds klachten zijn die het dagelijks functioneren in de weg zitten, dan is het tijd voor stap drie: traumatherapie.’ 

Met dit systeem zou je een boel ellende kunnen voorkomen. Want het belang rijkste is: er zijn goede behandelingen voor trauma en PTSS. Het is zonde om daarmee te wachten.’

Feiten en cijfers

20 tot 30% van de patiënten ontwikkelt een posttraumatische stresstoornis (PTSS) na een IC opname, blijkt uit onderzoek van de universiteit van Washington. 

30% van de patiënten over komt dat na een spoedopname met ernstig letsel. (Bron: RAND Denktank USA). → 

10% van de hemodialyse patiënten krijgt PTSS, blijkt uit onderzoek van de universiteit Duisburg Essen (Duitsland). 

10 tot 20% van de patiënten krijgt na een orgaantransplantatie PTSS, blijkt uit diverse internationale onderzoeken. 

20% van de ouders lopen zo’n trauma op als hun kind een nier transplantatie krijgt, blijkt uit onderzoek van de universiteit van Californië.

Tip voor online zelfhulp

Via de app SUPPORTCoach krijg je oefeningen en inzicht in hoe psychotrauma werkt en wat er allemaal bij hoort. Het is vaak al zo’n opluchting om te begrijpen wat er met je aan de hand is! De app is gratis beschik baar in de App store, hopelijk is deze binnenkort ook gratis beschikbaar voor gebruikers van Android smartphones.

Hulp via het ziekenhuis. Hoe werkt dat?

‘Het zou ideaal zijn als je niet om hulp hoefde te vragen, maar dat je die hulp standaard aangeboden krijgt’, vindt Miranda Olff. ‘We kunnen een voorbeeld nemen aan de zorg voor bijvoorbeeld patiënten die een hartaanval hebben gehad of politie mensen die iets ernstigs meemaken. Daar zijn artsen alert op psychische problemen en krijg je veelal een gesprek aangeboden met een psycholoog. Dat zou ik ook willen voor álle patiënten die iets heftigs meemaken in het ziekenhuis.’