Allesbehalve. Ik ben springlevend en kom uit mijn gewone leven, uit de buitenwereld: ik moet straks echt naar de sportschool, heb een hond in de auto die nog uit moet, voer vanmiddag een gesprek voor mijn werk en moet daarna van alles uitwerken voor de volgende werkdag. Daarna niet vergeten afwasmiddel te halen bij het boodschappen doen en… o ja, die witte was nog even meepakken vanavond. De administratie moet maar wachten en stofzuigen kan ook wel morgen. Vanavond wil ik eigenlijk echt met Joaquim zitten, die allemaal vage hangouts heeft met drinkende maten, terwijl hij z’n eindexamen moet halen. En mijn lief verdient ook weer eens oprechte aandacht. Kortom, geen patiënt, daar in de wereld buiten deze draaideuren, maar een nogal overdreven drukke 50plus vrouw.
Maar alles verandert op het moment dat je wordt opgenomen. Ineens lig je hulpeloos achterover in een bed en heb je een bandje om je pols dat matcht met het bordje achter je hoofdeinde: patiënt. De wereld wordt zo groot als je kamer, waar de tijd ineens in trage minuten voorbij kruipt op de klok die prominent voor je neus hangt. De buitenwereld meldt zich in de vorm van bezoek.




