Lang, lang geleden deed ik als kind aan sport. Judo deed ik het liefst. Toen groeide ik op en ging het me steeds meer tegenstaan. Dus sportte ik niet meer, op de vervelende gymles op school na. En daarna… tja, toen ondernam ik ook geen dolle sportactiviteiten om over naar huis te schrijven. Toch is het belangrijk voor nierpatiënten om te blijven bewegen. Daarom moet ik hoe dan ook eens aan de bak. Ik kies voor zwemmen. Oké, eerlijk is eerlijk: ik koos als eerste voor hardlopen. Maar dat schoot voor geen (letterlijke) meter op, dus dat vergeet ik maar snel. Zwemmen dus!
Zodra ik in het water lig, is het genieten. Heerlijk om het hoofd even leeg te maken tijdens het baantjes trekken. Ondertussen leuke jongens spotten. Daarna mezelf hullen in een grotesk strandlaken. En thuis met een voldaan gevoel op de bank ploffen, want achteraf voelt het altijd goed. Lichamelijke moeheid, met een gevoel van voldoening over de gedane arbeid. Ik ben wel kapot voor de rest van de dag, maar op sportloze dagen ren ik ook niet de hele dag door. Dus even pauze moet kunnen.





