De laatste tijd flitst dat programma nog wel eens door mijn hoofd. Bij ons staat John namelijk al een tijdje in de hoofdrol; zijn nieren, zijn ziekte, zijn ritme en het aanpassen aan zijn energielevel. Omdat dit een geleidelijk proces is ervaar ik dit niet als vervelend. Ik doe ook heus nog wel mijn ding en ik hoef ook niet alleen maar rekening te houden met hem.
Nadat John te horen kreeg dat hij transplantabel is en er groen licht werd gegeven voor zijn operatie, had ik ineens de hoofdrol. Met het aanmelden als donor kwam mijn ‘keuring’ aan bod. Het laboratoriumbriefje in de lade en ook de urinebokalen in het toilet zijn voor mij bestemd. De 24-uurs urine en het labonderzoek zeggen dit keer iets over mijn gezondheid, terwijl het tot nu toe steeds over de gezondheid van John ging.
Ineens was er ook dat onzekere gevoel van ‘wat als’. Ook ik kan iets mankeren, waar ik nu nog geen weet van heb. Als ik al een pijntje voel, is er meteen dat stemmetje in mijn hoofd dat smeekt: ‘laat mij niks mankeren, laat mij niks overkomen.’





