Dankzij dialyses kunnen afvalstoffen en overtollige zouten, zuren en water uit het bloed worden verwijderd. Dus besteden dialysepatiënten hun vaak beperkte energie aan het (zo goed mogelijk) op peil houden van hun bloed. Toch is dialyseren of transplanteren niet voor iedereen voor de hand liggend. Hiervan afzien, is eveneens een mogelijke keuze. Dus bespreek ik ook deze optie met mijn patiënten. Soms komt het zelfs voor dat iemand al dialyseert en dan pas besluit daarmee te willen stoppen. Zo zal ik nooit meneer Jan vergeten.
Doordat het hart van meneer Jan niet goed werkte, had hij wat nierschade opgelopen. Een paar jaar geleden onderging hij een harttransplantatie. Daarna deed het nieuwe hart het goed, terwijl de nieren achteruit gingen en meneer Jan moest dialyseren. Eerst had hij nog hoop op verbetering, een mening die het medisch team met hem deelde. Ik vertelde meneer Jan dat als hij verder zou herstellen, hij eventueel in de toekomst ook een niertransplantatie zou kunnen ondergaan. Bij voorkeur met een levende donor, want dan zou hij niet op de wachtlijst hoeven komen en minder lang hoeven dialyseren.





