De nieren van meneer Bozyigit (46) werken voor ongeveer 19%. Een niertransplantatie komt in zicht en hij komt op de poli voor voorbereidende gesprekken en onderzoeken. Bij de chirurg en onze verpleegkundige is hij al geweest: ‘Op zich geschikt, maar meneer heeft wel een slechte conditie’, lees ik in hun notities.
Als meneer mijn spreekkamer binnenkomt, leg ik uit hoe het consult eruit zal zien. Ik vraag hoe het met hem gaat en wat hij zoal in zijn dagelijks leven doet. ‘Eigenlijk niks, dokter.’ ‘Nee? En wat bedoelt u dan met niks?’ vraag ik.
‘Ik sta ’s ochtends op, ik eet mijn ontbijt en ga tv kijken, of op de computer.’ Hij vertelt dat hij niet zo veel zin heeft om iets te ondernemen sinds hij weet dat hij een nierziekte heeft.
