Ze vroeg me: ‘Dokter, ik lees van alles in een besloten nierpatiëntenclubje op Facebook. Zo las ik pas dat transplantatieziekenhuizen allemaal anders omgaan met medicijnen. De ene patiënt hoeft bijvoorbeeld nog maar 2 verschillende medicijnen te nemen, terwijl ik er 3 moet gebruiken. Hoe zit dat eigenlijk?’
In Nederland zijn er 7 niertransplantatiecentra. Oké 8, wanneer je de 2 Amsterdamse transplantatiecentra niet als 1 rekent. Inderdaad bestaan er verschillen tussen die centra als het om afweerremmende medicijnen gaat, de medicatie die nodig is om te voorkomen dat een donornier wordt afgestoten. Sommige ziekenhuizen bouwen na een aantal maanden de mycofenolaat af, andere ziekenhuizen verlagen sneller de dosis prednison en weer andere ziekenhuizen gaan door met 3 middelen in lagere dosering.
Het is mijn werk om te bepalen, waarmee een patiënt beter af is. Inderdaad kan het voor die ene patiënt de beste optie zijn naar 2 middelen te gaan, terwijl ik bij een andere patiënt voor een andere combinatie kies. Daarbij spelen leeftijd, antistoffen, eerdere transplantaties, maar ook de medische en psychiatrische voorgeschiedenis in belangrijke mate mee.





