John wordt op zondag opgenomen, ik blijf nog een nachtje thuis en moet me de dag erna melden. Het voelt bijna als een droom, wat hebben we hier lang naar uitgekeken, we zijn er meer dan klaar voor.
John krijgt in het ziekenhuis een 1-persoonskamer, ik een 4-persoonskamer, verschil moet er zijn hè. De avond voor onze operaties kunnen we elkaar nog even zien, een dubbel gevoel overspoelt ons. Naast het euforische gevoel van het ‘eindelijk zover zijn’, is er ook het gevoel van ‘als het maar goed gaat…'. Met een traan verlaat ik de afdeling nierziekten om met een enigszins verloren gevoel terug te komen op de afdeling urologie. Door de slaapmedicatie gaat de nacht snel voorbij.
De volgende ochtend word ik rond 8 uur naar de operatiekamer gereden. Daar lig ik dan, ik voel me kwetsbaar, maar ook zo klaar ervoor. Binnen een paar seconden werkt de narcose en voor mijn gevoel word ik 5 seconden later al wakker gemaakt: in werkelijkheid is er 4 uur verstreken.


