Verschil tussen hemodialyse en hemodiafiltratie
Dialyse is een behandeling die afvalstoffen en vocht uit het bloed verwijdert. Hemodialyse is de meest toegepaste vorm van nierfunctievervangende behandeling. Vaak wordt ten onrechte gedacht dat een dialysebehandeling de werking van je nieren helemaal overneemt: maar het functioneren van je nieren wordt slechts gedeeltelijk overgenomen, voor ongeveer 10%. Daarnaast is de behandeling belastend voor hart en bloedvaten. Hierdoor hebben dialysepatiënten een grotere kans om te overlijden aan hart- en vaatziekten.
Hemodiafiltratie (HDF) is een aangepaste vorm van hemodialyse.
Bij hemodialyse worden afvalstoffen hoofdzakelijk uit het bloed verwijderd door diffusie. Bij diffusie verplaatsen afvalstoffen zich vanuit het bloed door het filter van de kunstnier naar de dialysevloeistof (dialysaat) waarin geen afvalstoffen zitten. Bij HDF wordt ook gebruikgemaakt van convectie. Bij convectie wordt water door middel van een drukverschil uit de bloedbaan geperst en zo kunnen grotere afvalstoffen worden meegevoerd. HDF combineert diffusie met convectie. Dit heeft als gunstig gevolg dat er meer én grotere afvalstoffen uit het bloed kunnen worden verwijderd.
Waarom is de HOLLANT studie opgezet?
Inmiddels hebben meerdere studies overtuigend aangetoond dat de overleving van patiënten die worden behandeld met hemodiafiltratie (HDF) beter is dan die van patiënten die worden behandeld met HD. Opvallend is dat uit deze onderzoeksresultaten blijkt dat HDF vooral het risico op overlijden door hart- en vaatziekten vermindert. Een mogelijke verklaring is dat patiënten tijdens behandeling met HDF minder vaak bloeddrukdalingen hebben, wat één van de meest voorkomende complicaties van dialyse is. Bloeddrukdalingen zijn niet alleen vervelend, maar kunnen ook schade toebrengen aan het hart, de bloedvaten en de hersenen.
Met de HOLLANT-studie wilden we onderzoeken of HDF daadwerkelijk zorgt voor een stabielere bloeddruk en daardoor minder schade toebrengt aan organen en weefsels. Als we beter begrijpen waardoor HDF de overleving verbetert, kan de behandeling wellicht worden geoptimaliseerd om de levensverwachting van dialysepatiënten verder te verbeteren. En te zorgen dat de kwaliteit van hun leven vooruit gaat.
Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?
Veertig patiënten uit verschillende dialysecentra werden achtereenvolgens, in willekeurige volgorde, behandeld met vier dialysevormen:
- hemodialyse
- koude hemodialyse (met koude dialysevloeistof)
- laag-volume HDF
- hoog-volume HDF
Koude hemodialyse werd meegenomen, omdat eerdere studies lieten zien dat dit een gunstig effect heeft op de bloeddruk. Daarnaast maakte de studie onderscheid tussen laag- en hoog-volume HDF, omdat een betere overleving alleen is aangetoond voor hoog-volume HDF.
Tijdens en na de dialysebehandeling kregen patiënten verschillende onderzoeken, zoals regelmatige bloeddrukmetingen, hartecho’s en bloedonderzoek. Ook gaven patiënten via vragenlijsten aan hoe zij de behandelingen ervoeren.
Wat waren de belangrijkste resultaten?
Patiënten die behandeld werden met hoog-volume HDF of koude hemodialyse hadden veel minder vaak last van bloeddrukdalingen tijdens de dialyse. Vooral vroege bloeddrukdalingen, in de eerste twee uur van de dialyse, kwamen minder vaak voor bij hoog-volume HDF. Met name deze vroege bloeddrukdalingen hangen sterk samen met een verhoogd sterfterisico en worden gezien als een uiting van een slechtere conditie van hart en bloedvaten.
Daarnaast lijkt hoog-volume HDF minder schade aan hart en bloedvaten te veroorzaken. Dit bleek uit metingen van kleine celblaasjes in het bloed, zogenaamde extracellulaire vesicles, die onder andere vrijkomen als cellen beschadigd raken of onder stress staan. Bij hoog-volume HDF kwamen minder van deze blaasjes uit hart- en bloedvaatweefsel vrij dan bij standaard hemodialyse. Helaas kon door de COVID-19-pandemie slechts bij een beperkt aantal patiënten een hartecho worden gemaakt. Daardoor konden we geen harde conclusies trekken over de invloed op de hartfunctie.
Er werden nauwelijks verschillen geconstateerd in hoe de patiënten de vier behandelingen ervaren. Alleen bij koude hemodialyse hadden patiënten vaker last van een onaangenaam koud gevoel.
Wat verklaart de betere overleving bij HDF?
De belangrijkste uitkomst van de HOLLANT-studie is dat hoog-volume HDF zorgt voor minder bloeddrukdalingen, wat mogelijk bijdraagt aan de verbeterde overleving. Toch denken we dat minder bloeddrukdalingen niet de enige verklaring is, omdat dit effect ook bij koude hemodialyse wordt gezien, maar deze techniek niet tot een verbeterde overleving leidt. Waarschijnlijk spelen meer factoren mee, zoals de zoutopslag in het huid en de spieren. Toekomstig onderzoek zal dat moeten uitwijzen.
Daarom verricht het Amsterdam UMC een onderzoek (de Mimosa-studie) waarin wordt vergeleken hoe HDF en hemodialyse invloed hebben op de zoutopslag in huid en spieren en het functioneren van de kleinste bloedvaatjes.
Moeten alle dialysepatiënten worden behandeld met hoog-volume HDF?
Hoog-volume HDF wordt aanbevolen voor patiënten die drie keer per week in het ziekenhuis dialyseren en een redelijke levensverwachting hebben. Er zijn wel uitzonderingen. Bij patiënten met een slechte vaattoegang, bij wie de bloedstroom te laag is, kan hoog-volume HDF technisch niet goed worden uitgevoerd. Ook bij mensen met een zeer beperkte levensverwachting is het voordeel waarschijnlijk beperkt. Daarnaast worden sommige patiënten succesvol behandeld met thuishemodialyse of nachtelijke hemodialyse en sluiten deze behandelvormen veel beter aan bij hun manier van leven. Het is niet goed onderzocht of ook voor deze groep patiënten de overleving met hoog-volume HDF beter is.
Hoewel HDF de voorkeur heeft, wordt in de praktijk nog regelmatig standaard hemodialyse toegepast. Dit komt doordat niet alle centra in Nederland beschikken over een dialyse-installatie die geschikt is voor HDF.
Of HDF beter is dan buikspoeldialyse (peritoneaal dialyse) of nachtelijke dialyse, is tot nu toe niet onderzocht.
40 jaar dialysezorg en -onderzoek
Eerbetoon aan prof. dr. Menso J. Nubé († 11-07-2025)
(oud-internist-nefroloog NWZ Ziekenhuisgroep, emeritus hoogleraar Nefrologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam)
Prof. dr. Menso J. Nubé was een belangrijke voortrekker van zowel de HOLLANT- als de MIMOSA-studie en meer dan veertig jaar intensief betrokken bij dialyseonderzoek. Hij heeft op belangrijke wijze bijgedragen aan zowel de dialysezorg als aan wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Zijn bevlogenheid, toewijding en warme persoonlijkheid hebben een blijvende impact gehad op patiënten, collega’s en de medische gemeenschap.
Tekst: Sabrine Chaara (Amsterdam UMC)



