Maar lang duurde dat niet: na twee happen van mijn bord was mijn eetlust alweer voorbij. Het eten smaakte me niet. Met lange tanden probeerde ik alsnog door te eten. Dat lukte niet altijd even goed, ik kreeg ondergewicht. En flink ook: je kon mijn botten zien zitten.
Honger als bijwerking
Na mijn niertransplantatie werd alles anders. Het eten smaakte opeens een stuk beter. Ook kreeg ik, als bijwerking van de hoge dosis prednison die ik toen slikte, enorme honger. Mijn bord ging weer leeg. Van de diëtiste, die vlak na mijn niertransplantatie aan mijn bed stond, had ik het belang van matigen met eten geleerd. Maar omdat ik toen nog heel mager was, sloeg ik dat advies over. Mijn maag kwam in de eerste dagen in opstand, maar al snel kon ik eten wat ik wilde. Enkele jaren later kreeg ik een compliment dat ik nooit meer vergeet: ‘Je ziet er goed uit.’ Ik was inmiddels tien kilo aangekomen. In de jaren daarna kwam er langzaam nog eens tien kilo bij. Ik had weer een gezond gewicht en belangrijker nog: ik zat goed in mijn vel.
Tijd om te snaaien
Tijdens de coronacrisis en in de maanden daarna ontwikkelde ik een verkeerd eetpatroon. Ik zat vaak langdurig ziek op de bank en snaaide heel veel. En dat, terwijl ik bijna niet bewoog. Hierdoor kwam ik opnieuw flink aan en kreeg ik uiteindelijk zelfs overgewicht. Mijn kleding paste niet meer en ik was niet langer blij met mijn eigen gewicht.



