Dagelijks verzorgde ik Becky’s stoma, spoelde sondes door, bracht littekenzalfjes aan en prikte groeihormonen: ik werd verpleegkundige van mijn eigen kind. Had iemand mij dit van tevoren verteld, dan was ik hard weggelopen, maar het verzorgen bleek een gevoel van controle te geven. Ik deed alles wat nodig was voor het welzijn van ons kleine meisje, dat inmiddels is uitgegroeid tot een volwassen dame.
Haar ziek-zijn raakte ons hele gezin. Zo kreeg Becky op 6-jarige leeftijd een nier van haar papa. De nier deed het in eerste instantie fantastisch. Tot bij een onderzoek zowel een ader als een slagader werd geraakt. Dit veroorzaakte bloedlekkage. Reparatie hiervan duurde ruim drie maanden, pas daarna kon Becky naar huis.
Helaas kwam ook papa Henk niet ongeschonden uit zijn operatie. Tijdens de ingreep kwam een zenuw in de knel en raakte zijn hand verlamd. Gelukkig bleken zijn verlammingsverschijnselen van tijdelijke aard, al duurde het een aantal maanden voor Henk weer alles met deze hand kon doen.
Onze zoons hadden het ook niet makkelijk. Zij waren pas 10 en 8 jaar toen Becky geboren werd: vanwege de zorg voor onze dochter moesten we hen veelvuldig bij familie onderbrengen. Daardoor kregen de jongens van ons niet altijd de aandacht die ze nodig hadden. Later hebben we dat kunnen rechtzetten.



