Sinds 2000 is Gerda voorlichter bij de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Een aantal jaar daarvoor overleed plotseling haar man. In het ziekenhuis kreeg Gerda de vraag voorgelegd of de organen van haar man gedoneerd mogen worden. Lopend en peinzend door de gangen van het ziekenhuisgebouw herinnerde zij zich plotseling wat haar man eerder zei: ‘Als ik dood ben mogen ze alles van mij hebben’. En dan beseft Gerda dat zij niet zelf hoeft te beslissen, haar man heeft dat eerder al gedaan.
Gerda: ‘Weken later ontving ik een brief vanuit het ziekenhuis met het bericht dat verschillende mensen de organen van mijn man hadden ontvangen. Dat gaf troost. De jaren hierna stonden in het teken van overleven en van zorgen dat het goed met onze kinderen ging.
Toen ik op internet een negatief bericht over orgaandonatielas, kon ik het niet laten daarop te reageren en krachtig te verwoorden waarom ik het er niet mee eens was. De NTS pikte dit op en vroegen mij of ik voorlichting over donatie op bijvoorbeeld scholen en in ziekenhuizen wilde geven. Sinds 2000 doe ik dit: aanvankelijk alleen, later samen met iemand die een transplantatie heeft gehad. Samen geven wij een compleet beeld van wat er bij donatie en transplantatie zoal speelt.
In al die 25 jaar waarin ik als voorlichter werk, merk ik dat we mensen raken. Daarom ga ik door.
Via het voorlichtingswerk leerde ik veel mensen kennen die met een donornier leven. Bijzonder om hen deze week te zien sporten en te zien hoe zij het leven vieren na hun transplantatie. De vele persoonlijke gesprekken en ontmoetingen van deze week blijven mij bij, je voelt dan echt de verbinding.’




