Selecteer de tekst die je wilt vertalen en kies 'Vertalen'. Kies vervolgens de gewenste taal. Je kunt de vertaalde tekst beluisteren of lezen.

Financiële regelingen voor nierpatiënten

Laatste update, 20 februari 2026

Er zijn verschillende regelingen die financiële steun bieden als je veel zorgkosten hebt of een laag inkomen.

In het kort

  • Bij de Belastingdienst kun je specifieke zorgkosten aftrekken bij je aangifte inkomstenbelasting, en toeslagen aanvragen.
  • Als je een uitkering of laag inkomen hebt, kun je misschien hulp krijgen van de gemeente.
  • Het UWV heeft verschillende regelingen voor arbeidsongeschikten, als aanvulling op de uitkering.
  • Heb je een kind met een nierziekte? Dan heb je misschien recht op dubbele kinderbijslag.
  • Je kunt een deskundige om advies vragen over financiële regelingen. Bijvoorbeeld aan STAP, het Steun- en adviespunt van de Niervereniging Nederland (NVN) en de Nierstichting.

Belasting en aftrek van zorgkosten

Een chronische ziekte brengt extra kosten met zich mee. Een deel daarvan kun je terugvragen bij de aangifte inkomstenbelasting, bij het onderdeel ‘Uitgaven’, aftrekpost ‘Zorgkosten’. Hieronder vind je een korte uitleg over deze aftrek.

Had je in 2025 ziektekosten waarvoor je geen vergoeding kreeg via de zorgverzekering? Een deel daarvan kan aftrekbaar zijn van de belasting, namelijk 'specifieke zorgkosten'.

Bij de aangifte inkomstenbelasting vermeld je specifieke zorgkosten bij het onderdeel 'Uitgaven', aftrekpost 'Zorgkosten'. Er gelden wel voorwaarden:

  • De kosten moeten hoger zijn dan een bepaald bedrag: de drempel. Alleen het bedrag boven die drempel, is aftrekbaar. De drempel is afhankelijk van je inkomen. Heb je een laag inkomen, dan mag je al snel zorgkosten aftrekken. Doe je online aangifte, dan berekent het aangifteprogramma zelf de drempel.
  • Je hebt de kosten betaald in 2025. Rekeningen van eind 2025 die je pas begin 2026 hebt betaald, zijn pas aftrekbaar bij de aangifte over 2026.
  • Het gaat om uitgaven voor jezelf, je fiscale partner, kinderen tot 27 jaar (ook als ze niet meer thuis wonen) of huisgenoten die van jouw zorg afhankelijk zijn.

Hieronder staan de specifieke zorgkosten die wel aftrekbaar zijn. De informatie geldt voor het belastingjaar 2025, waar je begin 2026 aangifte over doet. En een lijstje kosten die niet aftrekbaar zijn.

Geneeskundige hulp

Uitgaven voor erkende medische en (para)medische hulp zijn aftrekbaar als zorgkosten, als ze voor jouw eigen rekening komen. Denk aan de kosten voor de fysiotherapeut, de tandarts, de orthodontist of een experimentele medische behandeling, waarvan jouw zorgverzekeraar de kosten niet vergoedt.

  • Ook aftrekbaar zijn kosten voor noodzakelijke particuliere verpleegkundige hulp zonder indicatie of meerkosten voor verpleging en verzorging boven de indicatie.
  • Alternatieve geneeswijzen zijn alleen aftrekbaar als de behandeling plaatsvindt op verwijzing én onder begeleiding van een erkende reguliere arts.
  • Uitgaven voor medische hulp in het buitenland zijn ook aftrekbaar, maar alleen als die hulp wordt geboden door ‘naar Nederlandse begrippen’ erkende artsen of paramedici.
  • Er zijn wel een aantal uitzonderingen op de aftrek van geneeskundige hulp. Kosten voor ooglaserbehandelingen zijn bijvoorbeeld niet aftrekbaar.

Reiskosten

Bij deze post zijn twee soorten vervoer aftrekbaar: leefvervoer en ziekenvervoer.

Leefvervoer

Leefvervoer is dagelijks vervoer. Bijvoorbeeld voor familiebezoek of boodschappen doen. Hierbij geldt een vaste aftrek van € 925 per persoon. Voorwaarde is dat die persoon niet meer dan 100 meter zelfstandig te voet kan afleggen. Te voet betekent: zelf lopen, zo nodig met eenvoudige loophulpmiddelen zoals krukken, een stok of een rollator. Deze voorwaarde geldt bijvoorbeeld ook voor een gehandicaptenparkeerkaart. Iedereen met zo’n parkeerkaart kan dus zonder meer gebruik maken van de vaste aftrek voor leefvervoer.

REGELING VERANDERD
Let op, dit is een andere regeling dan voorheen. Tot en met het belastingjaar 2024 moest je voor de aftrek van leefvervoer een uitgebreide administratie bijhouden van je vervoerskosten. Dat hoeft nu niet meer. Het nadeel is dat de aftrek beperkt is tot de vaste aftrek van € 925 per persoon. Meer kun je niet aftrekken. Ook niet als je aantoonbaar veel meer kosten maakt voor je leefvervoer.

Ziekenvervoer

Ziekenvervoer is al het vervoer van en naar medische en paramedische behandelingen. Denk aan je huisarts, apotheek, fysiotherapeut, tandarts, ziekenhuis, revalidatiecentrum of centrum voor dialyse.

  • Reis je met het openbaar vervoer of neem je een taxi, dan zijn deze kosten volledig aftrekbaar, als ze aantoonbaar voor jouw eigen rekening komen.
  • Reis je met jouw eigen auto, dan kun je € 0,23 per kilometer aftrekken. Parkeerkosten zijn niet aftrekbaar. Deze aftrek geldt alleen als je geen vergoeding kreeg voor ziekenvervoer.

REGELING VERANDERD
Let op, dit is een andere regeling dan voorheen. Tot en met het belastingjaar 2024 kon je bij de aftrek van ziekenvervoer de werkelijke kosten voor het vervoer per auto aftrekken. Parkeerkosten mocht je daar nog bij optellen. Die regeling geldt nu niet meer. De aftrek is beperkt tot een standaardbedrag van € 0,23 per kilometer, inclusief parkeerkosten.

Reiskosten voor ziekenbezoek

Reiskosten voor ziekenbezoek zijn aftrekbaar als zorgkosten, als het gaat om regelmatig ziekenbezoek aan een (voormalige) huisgenoot die minstens 10 kilometer verderop langdurig (meer dan vier weken) verpleegd wordt. Reis je per openbaar vervoerof taxi, dan zijn die kosten volledigaftrekbaar. Bij eigen vervoer geldt een vast aftrekbedrag van € 0,23 per kilometer.

Het moet gaan om ziekenbezoek aan iemand die tot hetzelfde huishouden behoorde op het moment dat hij langdurig in een zorginstelling werd opgenomen. Gebeurde dat pas later, bijvoorbeeld op het moment dat jij (als kind) al het huis uit was of (als gescheiden ouder) al ergens anders was gaan wonen, dan kun je geen reiskosten voor ziekenbezoek aftrekken.

REGELING VERANDERD

Let op: dit is een andere regeling dan voorheen. Tot en met het belastingjaar 2024 gold als regel dat de aandoening die de reden is voor de opname ontstaan moest zijn op het moment dat jij en die ander tot hetzelfde huishouden behoorden. De nieuwe regel is dat de opname zelf plaats moet hebben op het moment dat je tot hetzelfde huishouden behoort.

Vergoeding voor ziekenvervoer: dan geen aftrek

Voor vervoer naar een dialysecentrum en terug geldt een vergoedingsregeling via je zorgverzekeraar. Reis je met het openbaar vervoer, ambulance of met een taxi, dan krijg je de kosten volledig vergoed. Reis je met je eigen auto, dan gold in 2025 een vergoeding van € 0,40 per kilometer, minus een eigen betaling van € 126 per jaar. Omdat deze kilometervergoeding hoger is dan het maximaal aftrekbare bedrag
(€ 0,23 per kilometer) en eigen betalingen nooit aftrekbaar zijn, blijft er in de praktijk geen mogelijkheid over om aftrek te claimen voor deze kosten. Ook niet als jouw auto aantoonbaar meer kost van de vergoeding van € 0,40 per kilometer.

Medicijnen op doktersvoorschrift

Soms moet je zelf betalen voor medicijnen op doktersvoorschrift. Bijvoorbeeld nieuwe of experimentele medicijnen, die (nog) niet zijn opgenomen in de vergoedingsregelingen. Ook de kosten van homeopathische geneesmiddelen, vitaminepreparaten of voedingssupplementen kunnen aftrekbaar zijn, maar alleen als een erkende reguliere arts die heeft voorgeschreven voor een medische behandeling.

Hulpmiddelen

Uitgaven voor hulpmiddelen zijn aftrekbaar als zorgkosten, maar alleen als het gaat om spullen die hoofdzakelijk (voor meer dan 70%) door mensen met een ziekte of beperking worden gebruikt. Dat geldt ook voor aanpassingen, bijvoorbeeld aan je auto.

Vier groepen hulpmiddelen zijn nadrukkelijk uitgezonderd van de aftrek. De uitgaven voor de volgende hulpmiddelen en aanpassingen kun je dus niet aftrekken als zorgkosten:

  • Brillen, contactlenzen en lenzenvloeistoffen;
  • Eenvoudige loophulpmiddelen, zoals stokken, krukkenen rollators;
  • Rolstoelen en scootmobielen;
  • Woningaanpassingen.

Dieet op voorschrift

Je kunt alleen gebruikmaken van de aftrek van dieetkosten als je dit dieet volgt op voorschrift van een arts of een erkende diëtist. Je hebt hiervoor een dieetbevestiging nodig over het jaar 2025. Een oudere dieetbevestiging is niet geldig als bewijs voor de aftrek! Download de dieetbevestiging 2025 op Belastingdienst.nl, print hem uit en laat hem invullen en voorzien van een datum, een adresstempel en een handtekening door jouw arts of diëtist. Let op dat het goede dieet wordt aangegeven (dat gaat met nummers uit een lijst bij het formulier)!

Niet jouw volledige uitgaven voor het dieet zijn aftrekbaar. Er gelden standaardbedragen. Die staan op de Dieetlijst 2025 van de Belastingdienst. Het voordeel hiervan is dat je jouw kosten verder niet hoeft aan te tonen. Je hoeft dus geenbonnetjes te bewaren. Het nadeel is dat de aftrek vaak lager is dan de werkelijke kosten. Zelfs als je die meerkosten kunt aantonen, kun je ze niet aftrekken.

Dieetlijst
Let op dat je arts of diëtist het goede dieet aangeeft uit de Dieetlijst.  Op de Dieetlijst 2025 van de Belastingdienst staan twee diëten voor mensen met een specifieke nieraandoening:

  • Dieet 10: Voor mensen met chronische nierinsufficiëntie met hemodialyse/peritoneale dialyse die een eiwitverrijkt in combinatie met sterk zoutbeperkt dieet volgen:
    € 900 aftrekbaar
  • Dieet 20: Voor mensen met nefrotisch syndroom die een sterk zoutbeperkt dieet volgen: € 300 aftrekbaar.

Volgde je maar een deel van het jaar een dieet? Dan kun je ook maar een deel van het standaardbedrag aftrekken.

Volgde je in 2025 meerdere diëten?

  • Gaat het om twee volledig verschillende diëten, dan mag je voor beide een bedrag aftrekken.
  • Gaat het om diëten die gedeeltelijk op hetzelfde neerkomen, dan mag je maar voor één dieet een bedrag aftrekken. Dat mag wel het dieet zijn waar de hoogste aftrek voor geldt.

De aftrek geldt per persoon. Volgden meerdere personen in jouw gezin een dieet, met een dieetbevestiging, dan kun je dus voor elk van die personen het standaardbedrag aftrekken.

Extra gezinshulp

Ontvang je vanwege jouw ziekte of handicap gezinshulp (huishoudelijke hulp of persoonlijke ondersteuning), maar kon je hiervoor geen indicatie krijgen vanuit de Wmo? Of heb je wel zo’n indicatie, maar heb je méér hulp nodig dan je vanuit die indicatie krijgt? Dan kun je de kosten hiervoor aanmerken als aftrekbare zorgkosten. Er geldt wel een extra drempel, afhankelijk van jouw inkomen. Deze extra drempel wordt automatisch berekend als je online belastingaangifte doet. 

Ook moet je de kosten kunnen aantonen met schriftelijke bewijsmiddelen (facturen of kwitanties met datum, bedrag, naam, adres en woonplaats van jouw hulp).

Extra kosten voor kleding en beddengoed

Maak je vanwege jouw ziekte of handicap extra kosten voor kleding en beddengoed, dan kun je een vast bedrag (€ 340 of € 850) aftrekken als zorgkosten. Het bedrag hangt af van jouw situatie.

  • € 340: dit aftrekbedrag geldt als uit jouw situatie duidelijk volgt dat je extra kosten hebt. Bijvoorbeeld doordat je kleding vanwege jouw ziekte intensiever gebruikt, waardoor je het vaker moet wassen en het sneller slijt.
  • € 850: dit aftrek bedrag geldt als je kunt aantonen (met betaalbonnen) dat je vanwege jouw handicap of ziekte ten minste € 680méér hebt uitgegeven aan kleding en beddengoed dan iemand die voor het overige (inkomen, gezinssituatie) in dezelfde omstandigheden verkeert als jij.

Zorgkosten die niet aftrekbaar zijn van de belasting

Er zijn ook kosten die niet vallen onder specifieke zorgkosten; deze kun je dus niet aftrekken van de belasting. Dat zijn::

  • Kosten waar je een vergoeding voor kreeg of had kunnen krijgen. Kreeg je maar een gedeeltelijke vergoeding, dan zijn de méérkosten soms wel aftrekbaar.
  • Uitgaven voor zorg die onder de dekkingvan de basisverzekering valt.
  • Het eigen risicovan de basisverzekering (in 2025: verplicht€ 385 of vrijwillig hoger).
  • Alle wettelijke eigenbijdragen, uit welke regeling maakt niet uit.
  • Bijbetaling voor zorg van een zorgverlener met wie jouw zorgverzekeraar geen contract heeft.
  • Premies voor zorgverzekeringen. Ook de premie voor een aanvullende verzekering is niet aftrekbaar.

Energiekosten: niet aftrekbaar van de belasting

Veel mensen met een nierziekte hebben extra energiekosten. Nu de energieprijzen enorm zijn gestegen, komen die kosten extra hard aan. Maar je kunt die kosten over het algemeen niet aftrekken als zorgkosten.

  • Extra stookkosten doordat je veel thuis bent of doordat je de thermostaat hoger moet zetten zijn helaas niet aftrekbaar. Ook niet als die kosten aantoonbaar te maken hebben met je nierziekte. 
  • Bijkomende kosten (stroom en water) voor thuisdialyse zijn niet aftrekbaar als zorgkosten. Je zorgverzekeraar moet jou hiervoor namelijk een kostendekkende vergoeding geven. Dat heeft de regering bepaald naar aanleiding van de uitspraak van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). Aftrek van stroomkosten is dan niet meer mogelijk. Er geldt voor de aftrek van zorgkosten namelijk als algemene regel dat je er geen vergoeding voor hebt gekregen of voor had kunnen krijgen. Kun je aantonen (bijvoorbeeld via uitdraaien van een slimme stroommeter) dat jouw kosten hoger zijn dan de vergoeding die je krijgt, neem dan contact op met je zorgverzekeraar om het probleem op te lossen.

Extra tips belastingaangifte

Is jouw (gezamenlijke) drempelinkomen € 40.502 of lager, dan wordt een aantal aftrekposten automatisch verhoogd. Dat levert je dus extra aftrek op.

  • Had je op 1 januari 2025 de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan geldt een verhoging met 40% (1,4 keer).
  • Had je op 1 januari2025 de AOW-leeftijd al wel bereikt, dan geldt een verhoging met 113% (2,13 keer).

De verhoging geldt voor alle bovenstaande posten, behalve voor ‘genees-en heelkundige hulp’ en voor ‘reiskosten ziekenbezoek’. De verhoging geldt dus ook voor de aftrek van reiskosten van en naar medische behandelingen (waaronder nierdialyse) en voor de aftrek van dieetkosten.

Doe je online aangifte, dan wordt deze verhoging automatisch toegepast. De verhoging telt mee voor het halen van de drempel.

DREMPEL

Alleen uitgaven boven de drempel zijn aftrekbaar. Doe je online aangifte, dan berekent het aangifteprogramma zelf de drempel. De drempel bedraagt 1,65% van het (gezamenlijke) drempelinkomen tot en met € 50.635, plus 5,75% van het (gezamenlijke) drempelinkomen daarboven. Er geldt bovendien een ondergrens van € 164 (€ 328 voor fiscale partners) voor mensen met een laag inkomen. De drempel kan dus niet lager worden dan deze ondergrens.

Doe je online aangifte, dan wordt deze drempel automatisch toegepast. Wat overblijft bóven de drempel, zijn jouw aftrekbare zorgkosten.

VERDELING

Doe je aangifte als fiscale partners? Tel dan jullie zorgkosten steeds bij elkaar op. De online aangifte past hier automatisch de drempel voor fiscale partners op toe. De aftrekbare zorgkosten die daarna overblijven, kun je naar eigen inzicht verdelen over de aangifte van jouzelf en van jouw fiscale partner. Je mag dat doen in de verhouding die je het meeste voordeel oplevert. In de online aangifte vind je een tabblad ‘Verdelen’. 

De online aangifte rekent zelf uit wat voor jullie de meest voordelige verdeling is. Je kunt die verdeling wel aanpassen, maar meestal levert dat geen extra voordeel op.

Hulp bij belastingaangifte

Het kan een hele klus zijn om het formulier voor de belasting in te vullen. Kom je er zelf niet uit? Er zijn verschillende maatschappelijke organisaties die jou kunnen helpen bij het invullen van de aangifte. Je kunt bijvoorbeeld hulp krijgen van de ouderenbond, het wijkcentrum of een sociaal werker. Vaak zijn er speciale spreekuren in de bibliotheek. Ook de Belastingdienst zelf kan jou helpen.

Meer belastingvoordeel

Misschien kun je nog op andere manieren geld terugkrijgen van de belasting, zoals:

  • jonggehandicaptenkorting
  • startersaftrek arbeidsongeschiktheid
  • andere regelingen

Dit is afhankelijk van je persoonlijke situatie. 

Toeslagen van de Belastingdienst

Bij de Belastingdienst kun je verschillende toeslagen aanvragen. De toeslagen zijn bedoeld voor mensen met een laag inkomen en weinig eigen geld. De Belastingdienst kijkt ook naar het inkomen van je partner. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het gezamenlijke inkomen en bezit.

zorgtoeslag

De zorgverzekering kost veel geld. Zorgtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten. Mogelijk kom je hiervoor in aanmerking.

huurtoeslag

Is de huur te hoog voor je inkomen? Mogelijk heb je recht op huurtoeslag. Bij een chronische ziekte is het soms mogelijk extra huurtoeslag te krijgen. 

Let op! Sinds 2026 is de maximale huurgrens afgeschaft. Dit betekent dat je ook bij duurdere woningen huurtoeslag kan krijgen, als je een laag inkomen hebt. Dus meer mensen hebben recht op huurtoeslag. 

Mensen met een chronische ziekte kunnen soms mogelijk extra huurtoeslag krijgen. Meer informatie hierover lees je op meerkosten.nl.

toeslag kinderopvang

Dit is een bijdrage in de kosten van de kinderopvang wanneer beide partners werken, studeren of een traject volgen. Als je aan alle voorwaarden voldoet, heb je mogelijk recht op kinderopvangtoeslag.

Als een van de ouders ziek is en niet werkt, heb je meestal geen recht op kinderopvangtoeslag. Je kunt dan terecht bij de gemeente voor een sociaal medische indicatie (SMI). Dit is een regeling voor ouders die door ziekte (lichamelijk of psychisch), tijdelijk of langdurig niet voor hun kind kunnen zorgen. Het is een maatwerkregeling van de gemeente; de regels en voorwaarden voor deze regeling kunnen dus per gemeente verschillen. Kinderopvangtoeslag is een landelijke regeling via de belastingdienst.

kindgebonden budget

Het kindgebonden budget is een bijdrage in de kosten die je maakt voor je kinderen. Je krijgt dit naast de kinderbijslag.

Hulp van de gemeente

Iedere gemeente bepaalt zelf hoe zij mensen met financiële problemen ondersteunt. Vraag daarom bij je eigen gemeente naar de mogelijkheden. Je kunt bij je gemeente terecht als je een uitkering hebt. Ook als je werkt en een laag inkomen hebt, kun je terecht bij de gemeente. Het gaat om de volgende regelingen:

bijzondere bijstand

Door je nierziekte maak je misschien extra kosten die niet gedekt worden door andere regelingen. Als je een laag inkomen hebt, kun je soms bijzondere bijstand krijgen van de gemeente. Dit is een uitkering of gunstige lening om de kosten te betalen. Hier zitten wel voorwaarden aan. Het verschilt per gemeente wat vergoed wordt en hoe veel vergoed wordt.

Let op: sommige gemeenten vergoeden de kosten niet als je de kosten al hebt gemaakt. Wacht dus eerst de beslissing van de gemeente af, voordat je kosten maakt.

Lees meer over de bijzondere bijstand op Rijksoverheid.nl >

Regelingen van het UWV voor arbeidsongeschikten

Er bestaan verschillende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, zoals WIA (WGA en IVA), WAO, Wajong en WAZ. Bij deze uitkeringen is het soms mogelijk om een aanvulling op je inkomen te krijgen:

tegemoetkoming arbeidsongeschikten

Een chronische ziekte zorgt vaak voor extra kosten. Daarom krijgen veel mensen die arbeidsongeschikt zijn ieder jaar een tegemoetkoming van het UWV. Je hoeft de tegemoetkoming niet aan te vragen. Het UWV keert het bedrag automatisch uit als je daar recht op hebt. Dat gebeurt in september.

toeslag op arbeidsongeschiktheidsuitkering

Misschien daalt je inkomen (en dat van je eventuele partner) tot onder het sociaal minimum. Dat is het bedrag dat je minimaal nodig hebt om van te kunnen leven. Dan kun je toeslag aanvragen bij het UWV. Kijk voor meer informatie op de website van het UWV. Daar zie ook wat het sociaal minimum is. Dit is afhankelijk van de leeftijd en de gezinssituatie. Het wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld door de overheid. Ook als je een WW-uitkering hebt of in de Ziektewet zit, kun je in aanmerking komen voor deze toeslag.

hogere uitkering bij langdurige hulp of verzorging

Heb je voor langere tijd of voor altijd hulp of verzorging nodig? Misschien heb je dan recht op een hogere uitkering. Dit geldt alleen als je zelfstandig woont, en als je volgens het UWV ‘hulpbehoevend’ bent. De arbeidsongeschiktheidsuitkering is meestal 70 tot 75% van het laatstverdiende salaris. Mogelijk wordt dit verhoogd: je krijgt dan 85 of 100%.

Dubbele kinderbijslag voor kind met nierziekte

Voor een kind met een nierziekte maak je al snel extra kosten. Je kunt daarvoor misschien extra kinderbijslag krijgen. Je kunt dubbele kinderbijslag aanvragen bij de Sociale verzekeringsbank (SVB). Soms kun je daar bovenop nog een extra bedrag krijgen.

Er gelden wel strenge voorwaarden. Zo moet het kind intensieve zorg nodig hebben, en ten minste 4 dagen per week bij jou wonen. De Sociale Verzekeringsbank beoordeelt of jij recht hebt op extra kinderbijslag.

Vraag advies aan een deskundige

Omdat er veel verschillende regelingen zijn, kan het lastig zijn om overzicht te krijgen. Wat is er allemaal mogelijk? Krijg je wel alle vergoedingen waar je recht op hebt?

Met je vragen kun je terecht bij de maatschappelijk werker in het ziekenhuis of bij de sociaal raadslieden bij jou in de buurt. Die zijn vaak goed op de hoogte, en anders kunnen zij je doorverwijzen naar een organisatie die jou kan ondersteunen. Je kunt je vragen ook stellen aan het Steun- en adviespunt (STAP) van de Niervereniging Nederland (NVN) en de Nierstichting. STAP is er speciaal voor nierpatiënten, naasten en nierdonoren.

Betrouwbare informatie over financiële regelingen

Zoek je liever zelf online informatie? Er zijn verschillende websites die goede en betrouwbare (algemene) informatie geven over financiële regelingen bij chronische ziekten.