Donornieren voor transplantatiepatiënten met veel antistoffen

Medisch bioloog Gonca Karahan van het LUMC heeft een van de Kolffbeurzen gekregen voor haar onderzoek om beter te kunnen voorspellen welke transplantatiepatiënten te maken gaan krijgen met een afstootreactie.

Sommige nierpatiënten die een transplantatie nodig hebben, hebben afweer gevormd in de vorm van antistoffen tegen lichaamsvreemde weefselkenmerken. Dat kan komen door een eerdere transplantatie, een bloedtransfusie of een zwangerschap. Antistoffen zullen de donornier aanvallen waardoor het lichaam de nier kan afstoten. Deze patiënten zijn hoog-geïmmuniseerd.
Tegenwoordig maken deze patiënten iets meer kans op een donornier dan tien jaar geleden, vanwege de mogelijkheid van desensibilisatie. Deze behandeling zorgt ervoor dat een patiënt tijdelijk geen antistoffen tegen de donor heeft. Dat geeft de chirurg een window of opportunity om de transplantatie te doen. Maar het neemt niet alle risico’s weg en soms komen de antistoffen terug. De kans op afstoting blijft dus bestaan.

Geheugen-B-cellen
Medisch bioloog Gonca Karahan wil beter in kunnen schatten bij welke patiënten de antistoffen terugkomen. Contact met lichaamsvreemd weefsel zorgt voor de ontwikkeling van geheugen-B-cellen. Dat zijn afweercellen die na een tweede aanraking met lichaamsvreemd weefsel snel worden geactiveerd en antistoffen aanmaken. Karahan onderzoekt of de aanwezigheid van dit soort geheugen-B-cellen een afstootreactie kan voorspellen.

Daarvoor volgt ze twintig nierpatiënten die hoog-geïmmuniseerd zijn. Tien daarvan ondergaan desensibilisatie vóór de ontvangst van een donornier van een levende donor tegen wie ze antistoffen hebben. De andere tien staan op de wachtlijst voor een postmortale donornier. Ze volgt deze patiënten voor en tijdens de desensibilisatiebehandeling en de transplantatie en zal in bloedmonsters kijken naar de aanwezigheid van geheugen-B-cellen.

Lange wachttijd
Het voordeel van een betere manier om te voorspellen welke patiënten baat hebben bij desensibilisatie is dat de organen maximaal benut kunnen worden. Karahan: “Dat klinkt misschien alsof sommige mensen geen kans meer maken op een transplantatie, maar op de lange termijn draagt dit bij aan de beschikbaarheid van organen. En als we de patiënten kunnen identificeren die geheugen-B-cellen hebben, kunnen we misschien gepersonaliseerde behandelingen ontwikkelen.”

Dit project is relevant, zegt Karahan, want deze patiënten hebben het zwaarder dan andere. “Ze hebben niet alleen een hoog risico, ze hebben ook een lange wachttijd. Hoe langer ze wachten, hoe groter de kans op sterfte en bovendien zorgen ze voor een grote belasting op het zorgsysteem. Alleen maar omdat het een kleine groep is, wil niet zeggen dat we geen onderzoek aan hen moeten wijden.” De kleine populatie waarin ze dit kan onderzoeken maakt het volgens haar spannend of het gaat lukken. “Maar dat is ook de schoonheid van dit project. We hebben al een tool om hun kans op transplantatie te vergroten. Laten we nu kijken of we het nog beter kunnen doen.”

Gonca Karahan ontvangt 223.200 euro subsidie van de Nierstichting voor haar onderzoek, dat drie jaar gaat lopen.