Succesvolle niertransplantatie een stap dichterbij

Niertransplantatie is voor de meeste mensen de beste behandelingsoptie bij nierfalen. Om afstoting te voorkomen, is het van groot belang dat de donornier zo goed mogelijk past bij de ontvanger. Binnen het consortium PROCARE worden grote stappen gemaakt in het onderzoek naar de best mogelijke match. Dr. Henny Otten van het UMC Utrecht is initiator van dit project.

In Nederland staan circa 750 nierpatiënten op de wachtlijst voor een donornier. De wachttijd voor een postmortale donornier is gemiddeld tweeënhalf jaar. Eenmaal in aanmerking gekomen voor een transplantatie, is het belangrijk dat de donornier zo goed mogelijk bij de ontvanger past. Maar: een deel van de testen dat gebruikt wordt om dit te onderzoeken, is inmiddels gedateerd. Daardoor vindt niet altijd een goede match plaats. Dat kan leiden tot afstoting van de donornier. ‘Dankzij de financiering van de Nierstichting en een hechte samenwerking tussen nefrologen en laboratoriumspecialisten hebben we nieuwe inzichten gekregen’, vertelt onderzoeksleider Henny Otten. ‘Het onderzoeksteam bestudeerde opnieuw de gegevens van ruim zesduizend niertransplantaties, uitgevoerd tussen 1995 en 2005. En onderzocht welke factoren belangrijk zijn voor een succesvolle niertransplantatie. Deze analyse van bijna vijfduizend bewaarde bloedmonsters, koppelden we aan zogeheten klinische gegevens.  Zoals de periode waarin een nier goed functioneerde. Hieruit ontstond een enorme database; alle gegevens systematisch zijn samengebracht. Door de samenwerking met alle Nederlandse transplantatiecentra was PROCARE 1.0, de eerste fase van het onderzoek, een uniek project. Daarnaast hebben we de problematiek van afstoting van de donornier met nieuwe laboratoriumtechnieken vanuit verschillende hoeken onderzocht. Inmiddels is duidelijk welke factoren relevant én welke irrelevant zijn. Deze inzichten willen we verder moderniseren, zodat donornieren langer functioneren.’

Wachtlijst
Wachtlijstpatiënten met nierfalen zijn afhankelijk van dialyse. Deze behandeling vervangt slechts een klein deel van de nierfunctie, en de kwaliteit van leven is beperkt. Vorig jaar overleden meer dan zestig nierpatiënten, terwijl ze op de wachtlijst stonden. Ruim honderd patiënten moesten van de lijst af, omdat hun lichaam zo verslechterd was dat ze geen transplantatie  aankonden. Otten: ’Door een effectievere toewijzing van donornieren, komen getransplanteerden minder snel terug op de wachtlijst. De verwachting is dat wachtlijsten hierdoor op termijn verkorten. Door een slimme matching wordt ook de aanmaak van antistoffen geminimaliseerd. Want heeft een patiënt weinig antistoffen, dan is de kans op méér geschikte donornieren groter.’

PROCARE 2.0
Het tweede project start naar verwachting begin 2020 en kent twee pijlers. ‘Eerst moeten we de bevindingen uit PROCARE 1.0 verifiëren met een recente patiëntenpopulatie. Daarvoor gaan we de ruim 9000 eerder uitgevoerde transplantaties analyseren met de kennis die we haalden uit  de eerste fase van het onderzoek.  Daarnaast is het belangrijk dat de prognose bij iedere patiënt zo goed mogelijk ingeschat kan worden. Want de kans op succes bij een grote groep mensen zegt niet alles over de individuele kansen op succes. Daarom monitoren we transplantatiepatiënten met een hoog risico op afstoting minimaal twee jaar. Hierbij gebruiken we moderne technieken voor de analyse van witte bloedlichamen en antistoffen in het bloed, wat periodiek na transplantatie is afgenomen.  Zijn er aanwijzingen die kans op afstoting aantonen? Dan kunnen we gepersonaliseerde medicijnen voorschrijven om dit te voorkomen.

De belangrijkste doelen van het project zijn: een verbeterd matchings-algoritme ontwikkelen voor toewijzing van postmortale donornieren en de selectie van levende donoren. Verder zal de monitoring na de transplantatie het mogelijk maken om vroegtijdig vast te stellen welke patiënten een antilichaam-gemedieerde afstoting* krijgen. En kan er in een vroeg stadium therapie op maat aanboden worden. Ten slotte willen we met het onderzoek, in samenwerking met alle centra, tot een meer uniforme en effectievere behandeling van antistof gemedieerde afstotingen komen. 

*antistoffen die het lichaam van de ontvanger aanmaakt tegen de donornier met afstoting als gevolg