Terug naar het overzicht

Tissue-derived renal T cells in chronic-active antibody-mediated rejection; looking beyond the antibodies

Projectcode 19OI02 Projectleider dr. Michiel Betjes Projecttype Innovation Organisatie Erasmus MC - Afd. Int. Geneeskunde, Nefrologie en Transpl. Toegekend bedrag € 100 000,00 Startdatum 1-02-2020 Looptijd 24 maanden Status Lopend

Doel

Op dit moment is er nog onvoldoende bekend over de mechanismen die een rol spelen bij chronische afstoting. Dit onderzoek brengt de afweercellen (T-cellen) in kaart. Met deze kennis kan men in de toekomst gerichter behandelen waardoor de getransplanteerde nier zijn functie langer behoudt. Dit vergroot de kwaliteit van zorg voor en de kwaliteit van leven van de patiënt.

Samenvatting

Na transplantatie krijgt een patiënt medicijnen tegen afstoting. Toch bestaat er een kans dat de nier wordt afgestoten. Dit kan acuut of blijvend (chronisch) zijn. Acute afstoting is meestal goed te behandelen. Bij chronische afstoting is dat niet het geval; hierbij ontstaat in de nier blijvende schade waardoor deze steeds slechter gaat werken. De diagnose chronische afstoting wordt meestal 4 tot 6 jaar na transplantatie vastgesteld door onderzoek van een stukje weefsel (biopt) uit een van de nieren te nemen.
Chronische afstoting is niet goed te behandelen. Hierdoor werkt na gemiddeld 3 jaar na het vaststellen van chronische afstoting een nier zo slecht dat opnieuw transplantatie of dialyse nodig is. Chronische afstoting is hiermee een belangrijke oorzaak van het verloren gaan van het transplantaat op de lange termijn. Deze vorm van afstoting staat daarom terecht in toenemende mate in de schijnwerpers van het huidige (internationale) niertransplantatie onderzoek. De behandeling van en het vroegtijdig opsporen van chronische afstoting is essentieel.
De aanwezigheid van antistoffen tegen de donornier, zogeheten donor-specifieke antistoffen (DSA) is een belangrijk kenmerk van chronische afstoting. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de DSA vaak gericht zijn tegen Human Leucocyte Antigen (HLA) eiwitten (een specifiek soort eiwit betrokken bij de reactie van het afweersysteem) van de donor maar dat ook niet-HLA eiwitten het doelwit kunnen zijn. Daarnaast blijkt dat niet de mate van vaatontsteking maar juist de ontsteking tussen de nierbuisjes een belangrijke voorspeller is van de achteruitgang in nierfunctie. Kleuring van die ontstekingscellen laat zien dat het vooral om zogenaamde afweercellen (T-cellen) gaat. Het is niet bekend waarom die T-cellen daar zitten. Er zijn 2 mogelijke verklaringen; of de T-cellen komen daar als reactie op ontstane nierschade, of de T-cellen herkennen en reageren op eiwitten van de donor. Gezien de ligging tussen de nierbuisjes is het goed mogelijk dat het hierbij om de niet-HLA eiwitten gaat.
In dit onderzoek wordt bij 30 patiënten met chronische afstoting door DSA een extra nierbiopt afgenomen. Uit dit biopt worden de T-cellen gehaald om te kijken of het mogelijk is om te bepalen; of ze niet-HLA eiwitten herkennen, of meer de eigenschappen hebben van cellen die op schade reageren. Als dat mogelijk is, dan zal tevens gekeken worden hoe deze cellen het beste kunnen worden aangepakt met de huidige of nieuw te ontwikkelen (afweeronderdrukkende) medicijnen.

Vraag/Doelstellingen:
1. In kaart brengen van aantal en uiterlijke kenmerken van T-cellen uit nierbiopten van patienten met chronische afstoting
2. In kaart brengen van functionele eigenschappen van T-cellen uit nierbiopten van patienten met chronische afstoting
3. Analyse van niet-HLA antigen specificiteit T-cellen uit nierbiopten van patienten met chronische afstoting

Trefwoorden

Soort: Onderzoek met mensen, klinisch
Onderwerp: Transplantatie, chronische afstoting, donor-specifieke antistoffen (DSA), niet-HLA antigenen, T-cellen