Online breintraining voor dialysepatiënten met vermoeidheidsklachten

Marcel Pieterse en Christina Bode van de Universiteit Twente krijgen een subsidie van de Nierstichting voor het ontwikkelen en testen van een online training voor dialysepatiënten met sterke vermoeidheidsklachten. Het onderzoek moet uitwijzen of een online training patiënten weer meer energie kan geven.

Veel nierpatiënten hebben vaak last van vermoeidheid. Dat is niet zo gek, want nierpatiënten hebben een chronische ziekte en volgen een zware behandeling. Vermoeidheid hoort er dus een beetje bij. Of toch niet? Volgens Marcel Pieterse, psycholoog aan de Universiteit Twente, sluipt die vermoeidheid steeds verder in het denken en doen en versterkt zo ongemerkt zichzelf. Maar hieraan kun je wel iets doen.

Een voorbeeld. Dialysepatiënten moeten regelmatig naar het ziekenhuis voor behandeling. Dat is voor hen routine geworden. Veel patiënten weten, al voordat ze naar het ziekenhuis vertrekken, dat ze na afloop van de behandeling moe zullen zijn. Ze nemen zich dus voor om na de dialyse thuis te herstellen. Ongemerkt sluit je daarmee activiteiten uit die je misschien ook zou kunnen doen en waar je juist energie van krijgt. Patiënten richten hun aandacht onbewust op hun vermoeidheid en laten zich daar sterk door beïnvloeden.

Woorden koppelen
Dat proces kun je doorbreken. Bijvoorbeeld met cognitieve bias modificatie (CBM). Dit is een online breintraining waarbij je regelmatig hetzelfde taakje herhaalt. Een voorbeeld van zo’n taakje is het koppelen van woorden.
Patiënten krijgen een leeg scherm te zien, waarop ergens in een hoek steeds een woord verschijnt dat met identiteit te maken heeft. Dit zijn ‘ik’- woorden zoals ‘zelf’ en ‘mij’ of ‘ander’-woorden zoals ‘hun’ en ‘zij’. Zodra de patiënt het woord ziet, moet deze er met de muis op klikken. Direct na de klik volgt dan een nieuw woord dat kort in beeld blijft. Na elk ‘ik’-woord is dat een woord dat met vitaliteit te maken heeft (bijvoorbeeld ‘fit’ of ‘energie’). Na elk ‘ander’-woord volgt een woord voor vermoeidheid (bijvoorbeeld ‘futloos’). Dit gaat snel achter elkaar door, zodat in enkele minuten ruim honderd reacties gegeven zijn. Doordat de woorden die te maken hebben met de eigen identiteit en vitaliteit steeds na elkaar komen, worden ze aan elkaar gekoppeld.
De breintraining is al effectief gebleken voor patiënten met alcoholverslaving, fobieën of chronische pijn. Pieterse en zijn collega Christina Bode gaan in de komende achttien maanden uitzoeken of de training ook zinvol is voor dialysepatiënten met chronische vermoeidheid. Zij krijgen hiervoor een subsidie van de Nierstichting van 105.760 euro. Isala Zwolle, Ziekenhuisgroep Twente en Universiteit Utrecht zijn partners in dit project. Daarnaast zijn de Nierpatiënten Vereniging Nederland en de Nierpatiëntenvereniging Oost Nederland betrokken bij het ontwerpen van de training.

Eerste poging
Vierentwintig patiënten doen gedurende een aantal weken mee aan kortdurende trainingssessies. Zowel vooraf als achteraf vullen zij vragenlijsten in over hun ervaren vermoeidheid en over activiteiten zoals werk of sociale bezigheden. Na het volgen van de training bekijken de onderzoekers of de vermoeidheid van de patiënten is afgenomen en de vitaliteit toegenomen en of ze weer meer dingen ondernemen. Via een computertest die patiënten ook regelmatig doen, meten de onderzoekers bovendien of de koppeling tussen identiteit en vermoeidheid door sessies daadwerkelijk teruggedraaid wordt.

Vooraf hebben de onderzoekers vastgesteld welke mate van daling in vermoeidheid interessant genoeg is om mee verder te gaan. Wordt die beoogde daling niet gehaald, dan gaat het onderzoek een stapje terug en moet de training eerst verbeteren. “Dit is een eerste poging”, legt Pieterse uit. “Als die slaagt willen we de training aanbieden aan meer deelnemers, die we dan ook langer willen volgen. Dan kunnen we bijvoorbeeld ook zien hoe lang het effect van de cognitieve training blijft bestaan en hoe vaak je de training moet herhalen.”

Het onderzoek start op 1 januari 2019 en gaat ongeveer anderhalf jaar lopen.