Jacobine

‘Roland weet dat ik dankbaar ben, al spreek ik dit niet heel vaak uit’
Jacobine (41) kreeg een nier van een goede vriend toen een niertransplantatie voor haar de enige optie bleek.

‘In 2015 kreeg ik clusterachtige hoofdpijnen. Je denkt bij zoiets helemaal niet aan een nierprobleem. De neuroloog die ik zag deed mijn klachten eerst af als spanningshoofdpijnen en raadde antidepressiva aan. Daar was ik het niet mee eens en gelukkig maar, want dan was ik er misschien niet meer geweest. Ik bleek te lijden aan nierfalen. Deze medicatie mag dan absoluut niet.’

‘Ik zocht verder en ik kwam terecht bij een migrainekliniek in Duitsland. Daar hebben ze mijn bloed en urine gecheckt op het functioneren van mijn nieren. Over mijn nieren maakte men zich ernstige zorgen. Terug in Nederland bleek dat ik nog maar 10 procent nierfunctie had. Ik werd met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Mijn enige optie bleek inderdaad een niertransplantatie. Je realiseren dat je afhankelijk bent van een donatie, is verschrikkelijk. Want wanneer komt die nier?’

'Mag je verwachten dat iemand bij leven een nier wil afstaan?'

‘Het is zoals het is, was mijn houding. We gaan er positief in en alles komt goed. Ik heb nooit aan mijn eigen kracht getwijfeld. Het was hartverwarmend hoeveel mensen om mij heen aangaven dat traject in te willen gaan. Mijn zusje, zwager, partner, vader en goede vriend Roland waren de eersten die onmiddellijk zeiden: ‘Zeg maar waar en wanneer!’ Roland ken ik vanaf mijn vijftiende. We hebben een heel goede band, waarin we elkaar door dik en dun steunen.’


                         Jacobine en Roland

Gevolgen overzien

‘Er volgden gesprekken met maatschappelijk werk en een psycholoog. Mijn vader was daar bijna verontwaardigd over: ‘Helemaal niet nodig, dat soort gesprekken! Het is mijn kind, ik hoef hier helemaal niet over na te denken.’ En dat ontroerde mij. Daar sprak zo veel liefde uit. Die gesprekken horen nu eenmaal bij de medische molen waar je in stapt. Bij leven een orgaan doneren is een hele stap en het is belangrijk de gevolgen te overzien.’
‘Mijn vader stond er op als eerste verder getest te worden om in aanmerking te komen als donor. Hij wilde dit zo graag doen voor mij. Ik gunde het hem ook. Natuurlijk niet de zware ingreep, maar wel dat hij invulling zou kunnen geven aan zijn onmacht als vader. Maar het ziekenhuis besloot dat hij niet mijn donor zou worden. We hebben samen zitten huilen. We moesten afscheid nemen van het idee dat we als vader en dochter op een heel bijzondere manier ons leven verder zouden delen. ‘Toen de emotie wat was gezakt, snapten we de argumenten wel.’ Het is goed dat het begeleidende team in het ziekenhuis medisch én rationeel naar de kandidaten kijkt.’
 

Schuldgevoel

‘Alles ging daarna opeens razendsnel. Roland werd als eerstvolgende gescreend en een week later al geschikt bevonden. In november 2016 vond de transplantatie plaats. Toen ik hem na de operatie terugzag, voelde ik me schuldig, omdat zijn herstel trager verliep dan dat van mij. Ik had nauwelijks pijn, terwijl Roland op 8 zat op een pijnschaal van 10. Ik heb mijn portie later alsnog gehad, want ik kreeg een fikse fysieke terugval.’

‘Inmiddels voelt de nier steeds meer als een eigen deel van mijn lichaam, een orgaan waar mijn bloed doorheen stroomt en dat niet meer van iemand anders is, maar van mij. Dat heeft tijd nodig gehad. We praten er niet veel over, Roland en ik. Hij weet dat ik dankbaar ben, al spreek ik dat niet vaak uit. Hij heeft zoiets moois voor mij gedaan door mij een nier te geven. Hij heeft mij daarmee weer een leven, een toekomst gegeven.’

Meer informatie over nierdonatie bij leven

Dit verhaal kwam tot stand in samenwerking met  Mijn Geheim Special 2018